Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.2.2

van de APV bepaalt vervolgens:

Onderdeel van Nota evenementenbeleid 2008

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor eendaagse evenementen, indien: a.maximaal 100 personen tegelijkertijd aanwezig zijn of deelnemen; b.het evenement een incidenteel karakter heeft (maximaal twee keer per jaar); c.geen versterkte muziek ten gehore wordt gebracht na 21.00 ’s avonds; d.het evenement gehouden wordt tussen 10.00 uur ’s ochtends en 24.00 uur ’s avonds; e.bij gebruik van een tent maximaal 25 personen gelijktijdig in de tent aanwezig zijn; f.er geen straten afgesloten worden en ook niet anderszins een belemmering wordt gevormd voor het verkeer en de hulpdiensten; g.er geen alcoholische drank wordt verkocht; h.omwonenden één week voor aanvang van het evenement schriftelijk worden geïnformeerd. i.er een organisator is; j.de organisator de burgemeester tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan het evenement in kennis stelt met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier; k.binnen 3 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden. 3. Het verbod in het eerste lid geldt voorts niet voor een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voorzover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn verschillende situaties denkbaar waarvoor een evenementenvergunning aangevraagd moet worden. De begripsomschrijving van “evenement” in artikel 2.2.1. van de APV is ruim gehouden, gelet op de grote variatie in evenementen. Een evenementenvergunning is in ieder geval vereist bij festiviteiten die plaatsvinden in de open lucht en/of op openbaar gebied of plaatsen met een openbaar karakter die in principe niet voor deze festiviteiten bedoeld zijn, zoals sporthallen e.d. Voorbeelden van situaties waarin een evenementenvergunning in principe vereist is: Het evenement is voor publiek toegankelijk. Voorbeelden zijn muziekfeesten en braderieën. Het evenement is niet voor publiek toegankelijk, maar wordt gehouden op een locatie die normaal wel voor het publiek toegankelijk is. Een voorbeeld van een dergelijke locatie is een sporthal. Het evenement vindt plaats in een tent, open lucht of bestaand gebouw, maar die plaats wordt normaliter niet voor een dergelijk evenement gebruikt. Als het een tent of bestaand gebouw betreft is overigens ook een gebruiksvergunning brandveiligheid vereist. Voorbeeld van dit soort evenement is een evenement in een fabriekspand. Voor besloten feesten op eigen terrein, dus geen openbaar gebied, (bijv. tuinfeesten) is geenevenementenvergunning vereist. Voor evenementen /activiteiten /festiviteiten in een horeca-inrichting of sociaal cultureel centrum is geen evenementenvergunning vereist. Indien het evenement geheel of gedeeltelijk buiten de horeca-inrichting plaatsvindt dient hiervoor wel een evenementenvergunning aangevraagd te worden. NB: Voor horeca-inrichtingen geldt het volgende: Voor het organiseren van rommelmarkten, tentoonstellingen en beurzen in de inrichting dient wel een vergunning te worden aangevraagd; het betreft dan echter geen evenementenvergunning maar een vergunning voor het organiseren van snuffelmarkten (artikel 5.2.4. APV). Voor het organiseren van festiviteiten in de horeca-inrichting dient op grond van artikel 4.1.3 van de APV een kennisgeving te worden gedaan bij het college van burgemeester en wethouders. Het gaat hierbij om festiviteiten die betrekking hebben op voorschriften voor geluid. Een horeca-inrichting moet immers qua geluid, e.d. voldoen aan de eisen zoals gesteld in het besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer, ook wel aangeduid als het Activiteitenbesluit. Burgemeester en wethouders hebben echter de mogelijkheid om per kalenderjaar een aantal collectieve dagen aan te wijzen. Voorbeelden hiervan zijn carnaval en de kermis. Daarnaast is het per inrichting toegestaan maximaal 4 incidentele festiviteiten te organiseren. Een kennisgeving daarvan dient minimaal 4 weken voordat de festiviteit plaatsvindt te worden gedaan bij het college. Bingo: een vereniging die tenminste drie jaar bestaat mag een bingo (kienspel) organiseren. Het prijzengeld mag per spelronde niet hoger zijn dan € 320,- en per bijeenkomst niet hoger dan € 1.280,-. Een bingo moet 14 dagen van tevoren worden gemeld bij de gemeente. Hiervoor zijn formulieren verkrijgbaar bij de gemeentebalie. De gemeente kan vervolgens voorschriften vaststellen. Indien niet wordt voldaan aan de wettelijke voorschriften, kan de gemeente de bingo verbieden. (art. 7c van de Wet op de kansspelen). 3.Grote en kleine evenementen Als wordt gekeken naar de belasting die evenementen voor hun omgeving vormen, kunnen er twee soorten evenementen worden onderscheiden: grote en kleine evenementen. Grote evenementen Grote evenementen zijn evenementen waarvan de gemeente op basis van de plannen van de organisator voorziet dat ze een belasting kunnen vormen voor de leefomgeving. Enkele kenmerken van een groot evenement: Er vindt versterkte muziek of omroepactiviteit plaats. Er komen meer dan 250 mensen op af. Er worden alcoholische dranken verkocht. Er vinden veel verkeersbewegingen plaats. Vaak zijn dit jaarlijks terugkerende evenementen. Voorbeelden van grote evenementen zijn de evenementen die zijn opgesomd in de jaarplanning voor 2008. Daarnaast kan het voorkomen dat bijvoorbeeld, in verband met het 50-jarige bestaan van een vereniging, eenmalig een groot feest wordt georganiseerd. Dit feest wordt dan ook aangemerkt als een groot evenement. Elk jaar wordt in december een jaarplanning opgesteld. De jaarplanning geeft per plein de invulling van de afgesproken capaciteit aan. In hoofdstuk 5 wordt deze procedure verder uitgewerkt. Kleine evenementen Kleine evenementen hoeven geen belasting te vormen voor de leefomgeving. Kleine evenementen zijn beperkt van omvang, hebben een beperkte geluidsproductie en vinden meestal overdag plaats. Het aantal vergunningen van dit soort evenementen is onbeperkt. In hoofdstuk 6 wordt de procedure tot het verlenen van een evenementenvergunning verder uitgewerkt. Deze procedure is van toepassing voor het verlenen van zowel grote als kleine evenementenvergunningen. Onder voorwaarden kan een klein evenement vergunningsvrij zijn. Deze voorwaarden worden hierna besproken. Vergunningsvrije evenementen Voor kleine evenementen, zoals buurtbarbecues op openbaar terrein, moet in principe ook een vergunning aangevraagd worden. Aangezien deze kleine evenementen weinig voorbereiding van de gemeente met zich mee brengen, kan ook volstaan worden met een melding van de activiteit. Er worden bij dergelijke meldingen geen leges geheven. Indien uit de melding blijkt dat de activiteit niet onder de definitie “vergunningsvrij evenement” valt, kan de aanvrager alsnog gevraagd worden om een vergunningsaanvraag in te dienen. Een evenement is vergunningsvrij indien: ·het evenement maximaal één dag duurt; ·maximaal 100 personen tegelijkertijd aanwezig zijn of deelnemen; ·het evenement een incidenteel karakter heeft (maximaal twee keer per jaar); ·geen versterkte muziek ten gehore wordt gebracht na 21.00 uur ’s avonds; ·het evenement gehouden wordt tussen 10.00 uur ’s ochtends en 24.00 uur ’s avonds; ·bij gebruik van een tent maximaal 25 personen gelijktijdig in de tent aanwezig zijn; ·er geen straten afgesloten worden en ook niet anderszins een belemmering wordt gevormd voor het verkeer en de hulpdiensten; ·er geen alcoholische drank wordt verkocht; ·omwonenden één week voor aanvang van het evenement schriftelijk worden geïnformeerd; ·er een organisator is; ·de organisator de burgemeester tenminste 5 werkdagen voorafgaand aan het evenement in kennis stelt met een door de burgemeester vastgesteld meldingsformulier; · binnen 3 werkdagen na ontvangst van het meldingsformulier door de burgemeester geen tegenbericht is verzonden. Indien aan één of meer van bovenstaande punten niet voldaan wordt, is het evenement niet langer vergunningsvrij. In onderstaand schema is een en ander schematisch weergegeven. 4.Uitgangspunten evenementenbeleid Evenementen veroorzaken nagenoeg altijd enige overlast, met name voor bewoners die wonen rond een evenemententerrein. Het evenementenbeleid kent twee hoofddoelstellingen: enerzijds het bevorderen en reguleren van evenementen, anderzijds het tegengaan van de negatieve kanten van evenementen, te weten de overlast. In dit hoofdstuk worden, zonder de mogelijkheden voor evenementen onevenredig zwaar te beperken, maatregelen besproken om deze overlast zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken. Locatie evenement Aan de hand van de op het aanvraagformulier, aangegeven route en/of locatie waar het evenement plaatsvindt, wordt door de verkeerskundig medewerker in overleg met de politie, de hulpverlenende instanties en de wegbeheerder bepaald of de route en of locatie vanuit openbare orde of veiligheidsaspecten acceptabel is. Om overbelasting per locatie te voorkomen, is het aantal grote evenementen beperkt tot maximaal 3 per locatie per kalenderjaar met uitzondering van de locaties Burgemeester Sweensplein te Rijen en het Mollebospark/Bisschop de Vetplein te Gilze (het Mollebospark en het Bisschop de Vetplein worden gezien als één locatie aangezien deze locaties minder dan 100 meter van elkaar zijn gelegen). Voor de locaties Burgemeester Sweensplein en het Mollebospark/Bisschop de Vetplein geldt een maximum van 5 evenementen per locatie. Hierbij is rekening gehouden met de huidige situatie. Het maximum aan evenementen per locatie hoeft niet te betekenen dat er niets meer kan en dat er geen mogelijkheden zijn voor nieuwe evenementen. Men moet voor het organiseren van een nieuw evenement alleen uitwijken naar een andere locatie of een oud evenement dient plaats te maken voor een nieuw evenement. De gemeente kan hierbij een adviserende rol vervullen. Evenementen in sporthallen Een sporthal is in de eerste plaats bedoeld om te sporten. Vaak is ook een kantinefunctie aanwezig. Over het algemeen is een gebruiksvergunning voor een sporthal niet ingesteld op andersoortig gebruik zoals evenementen, aangezien hierbij een veelvoud aan personen van het gebouw gebruik maakt. Daar komt bij dat voor een sportfunctie op onderdelen lichtere bouwkundige eisen gelden dan voor bijeenkomstfuncties. Dit kan betekenen dat voor een andersoortig gebruik zwaardere gebruikseisen noodzakelijk zijn om een brandveilig gebruik te kunnen garanderen. Daarnaast dient de ruimte tijdelijk anders ingericht te worden (opstelplannen). Tenslotte kan het type gebruiker minder zelfredzaam zijn, denk aan rommelmarkten en (kinder)toneelvoorstellingen. Ook kan de planologische situatie ter plekke het organiseren van evenementen in de weg staan. Bij het organiseren van een evenement in een sporthal zal rekening moeten worden gehouden met deze aspecten. Om spreiding van evenementen te bewerkstelligen is het maximaal 10 dagen per jaar toegestaan evenementen op een dergelijke locatie te organiseren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel