**1.** Op de passivazijde van de balans van het fonds worden in elk geval opgenomen:
een voorziening per geopende stortplaats;
een voorziening per gesloten stortplaats;
een algemene reserve.
**2.** Elke voorziening geopende stortplaats ontvangt jaarlijks de opbrengst van de objectgebonden heffing van deze stortplaats exclusief de opslag voor de kosten van monitoring van vóór 1 september 1996 gesloten stortplaatsen.
**3.** Elke voorziening gesloten stortplaats ontvangt:
bij het sluiten van een stortplaats het saldo van de betreffende voorziening geopende stortplaats exclusief de voor die stortplaats opgebouwde risico-opslag;
jaarlijks indien noodzakelijk een tekortaanvulling vanuit de algemene reserve ter hoogte van het verschil tussen het gereserveerde kapitaal en de netto contante waarde van de verwachte nazorgkosten.
**4.** De kosten als bedoeld in artikel 15.47, lid 7 onder b van de wet worden ten laste van de algemene reserve gebracht.
**5.** Het beleggingsresultaat dat met het kapitaal van het Nazorgfonds wordt behaald, wordt – verminderd met de daarvoor gemaakte kosten - verdeeld over de onder lid 1 genoemde voorzieningen en reserves naar rato van de omvang daarvan.
**6.** De algemene reserve ontvangt:
bij het sluiten van een stortplaats de risico-opslag uit de betreffende voorziening geopende stortplaats;
overschotten in de voorzieningen van gesloten stortplaatsen, bepaald als het verschil tussen de netto contant gemaakte verwachte nazorgkosten en het gereserveerde kapitaal in de betreffende voorziening gesloten stortplaats.
**7.** Indien het vermogen in een voorziening geopende stortplaats groter is dan gezien de opbouw van het doelvermogen noodzakelijk is, wordt het overschot gestort in een egalisatiereserve welke gekoppeld is aan de betreffende voorziening. Het bestaan van de egalisatiereserve leidt tot een lager tarief voor de stortplaats of tot een teruggave op een door het bestuur, in overeenstemming met de betrokken heffingplichtigen, te bepalen tijd en manier.
Paragraaf
Artikel 11.