Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening naamgeving en adressering Gemeente Opmeer 2008

In deze verordening wordt verstaan onder: Adres: een benaming, bestaande uit een combinatie van woonplaatsnaam, naam openbare ruimte en nummeraanduiding, die door het college is toegekend aan een als zodanig aangewezen adresseerbaar object. Authentiek adresseerbaar object: een verblijfsobject, lig- of standplaats, gelegen op het gemeentelijk grondgebied. Niet-authentiek adresseerbaar object: een afgebakend terrein en alle overige m.b.t. locatieaanduiding aan te wijzen objecten (gemeentelijk administratief adres). Afgebakend terrein: een terrein met afsluitbare toegang, waarop zich geen bouwwerken bevinden. Bouw- en/of kunstwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren. College: het college van burgemeester en wethouders. Complex: een afgebakend samengesteld geheel van gebouwen en bouwwerken (industriecomplex, complex van vakantiehuisjes, agrarisch complex, etc). Gebouw: vrijstaande, overdekte en geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte van enige omvang, die voor mensen toegankelijk is, direct of indirect met de grond is verbonden en bedoeld is om ter plaatse te functioneren. Ligplaats : is een formeel door de gemeente als zodanig aangewezen plaats in het water, al dan niet aangevuld met een op de oever aanwezig terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het permanent afmeren van een woon-, bedrijfsmatige-, of recreatieve doeleinden geschikt vaartuig. Nummeraanduiding: een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of cijfer dan wel combinatie van letters en cijfers, als zodanig toegekend aan een adresseerbaar object. Openbaar gebied: alle voor openbaar rijverkeer of ander verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle bouw – en/of kunstwerken die daar deel van uitmaken. Openbare ruimte: een door het college als zodanig aangewezen gedeelte van het openbaar gebied binnen een woonplaats en waaraan een naam is toegekend. Pand: is de kleinste, bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig constructief zelfstandige eenheid, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. Rechthebbende: eenieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht de beschikking heeft over een onroerende zaak, alsmede de beheerder. Standplaats: een door het college als zodanig aangewezen terrein of een gedeelte daarvan, dat bestemd is voor het permanent plaatsen van een niet direct en duurzaam met de aarde verbonden en voor woon-, bedrijfsmatige- of recreatieve doeleinden geschikte ruimte. Uitvoeringsvoorschriften: nadere bepalingen van technische en administratieve aard. Verblijfsobject: is de kleinste binnen één of meerdere panden gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige- of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik, die ontsloten wordt via een eigen toegang vanaf de openbare ruimte, een erf of een gedeelde verkeersruimte en die onderwerp kan zijn van rechtshandelingen. Woonplaats: een door het college als zodanig aangewezen gedeelte van het gemeentelijk grondgebied dat apart wordt onderscheiden en waaraan een woonplaatsnaam is toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel