Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1.

Begripsbepalingen

Onderdeel van Verordening Minimafonds 2010.

Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze verordening wordt verstaan onder: rechthebbende: de inwoner van Dongen van 18 jaar en ouder, niet zijnde een student, die een inkomen heeft dat gelijk is aan of minder dan 110 % van de voor hem geldende bijstandsnorm; aanvrager: degene, die in aanmerking wenst te komen voor een financiële bijdrage ingevolge deze verordening voor deelname aan maatschappelijke activiteiten; partner: degene, met wie de aanvrager gehuwd of anderszins een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 3 van de Wwb; kind: het in Nederland woonachtige eigen kind of stiefkind, voor wie de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op een uitkering ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) kan maken; Burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders. student: studerende van 18 jaar en ouder die recht heeft op studiefinanciering op grond van de WSF en de Wtos; bijstandsniveau * Voor de belanghebbenden van 18 tot 21 jaar de toepasselijke norm als bedoeld in artikel 20 WWB (exclusief vakantietoeslag); * Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, de toepasselijke norm als bedoeld in artikel 21 WWB. * Voor een alleenstaande en een alleenstaande ouder te verhogen met het in artikel 25 lid 2 WWB genoemde maximumbedrag (Totale norm exclusief vakantietoeslag); * Bij verblijf in een inrichting de toepasselijke norm als bedoeld in artikel 23 WWB (exclusief vakantietoeslag); * voor de belanghebbenden van 65 jaar of ouder de toepasselijke norm als bedoeld in 22 WWB (exclusief vakantietoeslag).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel