Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Vergoedingen

Onderdeel van Verordening Minimafonds 2010.

1.. Voor een bijdrage komen in aanmerking de op naam gestelde kosten die door rechthebbendeworden gemaakt voor: de kosten die voortvloeien uit het lidmaatschap van sport- en ontspanningsverenigingen, ouderenorganisatie en dergelijke; de kosten van dagtrips (b.v. bioscoop, concert, schouwburg, musea en pretpark); de kosten die voortvloeien uit deelname aan cursussen in groeps- of klassenverband, die niet behoren tot het van rijkswege op grond van wettelijke regelingen bekostigde (reguliere) onderwijs; de kosten verbonden aan het abonnement van de openbare bibliotheek en zwembad; de kosten van abonnement op krant, tijdschrift en internet; de kosten van aanschaf van een NS-kortingskaart, museumjaarkaart, cultureel jongerenpaspoort. 2.. Burgemeester en wethouders verstrekken geen bijdrage indien de aanvrager op een andere wijze in de kosten van de gevraagde voorziening kan of is voorzien.

Rechtspraak bij dit artikel