Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Behandeling in tweede instantie

Onderdeel van Klachtenverordening gemeente Opmeer 2009

1.. Bij het toezenden van het verslag van bevindingen als bedoeld in artikel 12, derde lid, wordt klager meegedeeld dat hij/zij, indien hij/zij het niet eens is met de conclusie die uit het onderzoek is getrokken, zijn/haar klacht kan voorleggen aan de Regionale ombudscommissie. Hierbij wordt vermeld dat dit binnen één jaar na de ontvangst van de bevindingen, of binnen één jaar nadat de klachtbehandeling op andere wijze is geëindigd of gelet op artikel 9:11 Awb had moeten zijn. Een informatiefolder over de Regionale ombudscommissie wordt bij het verslag van bevindingen gesloten. 2.. Bij het toezenden van het verslag van bevindingen als bedoeld in artikel 12, derde lid, wordt klager die heeft geklaagd over een buitengewoon opsporingsambtenaar, meegedeeld dat hij/zij, indien hij/zij het niet eens is met de conclusie die uit het onderzoek is getrokken, zijn/haar klacht kan voorleggen aan de Nationale Ombudsman. Hierbij wordt vermeld dat dit binnen één jaar na de ontvangst van de bevindingen, of binnen één jaar nadat de klachtbehandeling op andere wijze is geëindigd of gelet op artikel 9:11 Awb had moeten zijn. Een informatiefolder over de Nationale Ombudsman wordt bij het verslag van bevindingen gesloten. 3.. De klachtencoördinator treedt namens de gemeente op als contactpersoon bij de Regionale ombudscommissie en is in die hoedanigheid belast met de volgende taken: a. Het registreren en coördineren van de schriftelijke klachten die bij de Regionale ombudscommissie tegen de gemeente zijn ingediend en het verzorgen van de correspondentie daaromtrent. b. Het adviseren van bestuursorganen naar aanleiding van de bevindingen van de Regionale ombudscommissie. c. Het opstellen van het verslag als bedoeld in artikel 14.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel