In deze verordening wordt verstaan onder:
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
College: college van burgemeester en wethouders.
Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie ten behoeve van het bevorderen van zijn deelname aan het maatschappelijk verkeer en het zelfstandig functioneren, die voor zichzelf of, met behulp van een machtiging, door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen.
Compensatieplicht: de plicht van het college aan een belanghebbende voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Daarbij legt artikel 4 van de wet het College de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is.
Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk en financiële vermogen om zelfstandig te kunnen functioneren en maatschappelijk te participeren.
Aanmelding: de mededeling van een belanghebbende aan het college dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek.
Gesprek: het eerste contact na een aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn gehele situatie wordt geïnventariseerd ten aanzien van de beperkingen en de gevolgen daarvan, de te bereiken resultaten, de te kiezen oplossingen via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke, collectieve, (wettelijk) voorliggende en individuele voorzieningen.
Aanvraag: het verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere voorzieningen om een resultaat te bereiken in het kader van deze verordening.
Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid en, met name, een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving . (Ontleend aan uitspraak CRvB 29-04-2009. LJN: BI6832. Dit is een omgewerkt citaat uit de parlementaire behandeling in die uitspraak geciteerd.)
Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die weliswaar niet bestemd is voor, noch te gebruiken is door alle personen als bedoeld in artikel 4 lid 1 van de wet, maar die anderzijds door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure.
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet – aanzienlijk – duurder is dan vergelijkbare producten.
Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt op basis van artikel 4 Wmo maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt.
Voorliggende voorziening: een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft.
Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wettelijke bepaling anders dan ingevolge de Wmo, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden zoals bedoeld in artikel 2 Wmo.
Individuele voorziening: een voorziening die door het college ten behoeve van één persoon op basis van artikel 4 Wmo wordt verstrekt.
Gebruikelijke zorg: de normale, dagelijkse zorg, die partners, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten geacht worden elkaar onderling te bieden.
Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen, huur of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening.
Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura.
Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, al dan niet forfaitair of gemaximeerd, bedoeld om een voorziening mee aan te schaffen voor het te bereiken resultaat.
Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt.
Respijtzorg: tijdelijke vervanging van de gebruikelijke zorg die geleverd wordt aan de belanghebbende, indien degene die in de leefeenheid langdurig gebruikelijke zorg levert, overbelast is dan wel dreigt te geraken , waardoor de gebruikelijke zorg tijdelijk niet meer geleverd kan worden. Onder langdurig wordt een termijn van minimaal drie maanden bedoeld.
Hoofdverblijf: de woonruimte waar belanghebbende zijn woonplaats heeft in de zin van artikel 10 lid 1 en 11 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Besluit: Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Westervoort 2012
Beleidsregels: Beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Westervoort 2012