Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Voorschriften, beperkingen en handhaving.

Onderdeel van Kermisverordening Deventer 2012

1.. Het college is bevoegd nadere voorschriften met betrekking tot orde en veiligheid vast te leggen in de verpachtingsvoorwaarden. 2.. Het college heeft de bevoegdheid om, als de exploitant de verplichtingen op grond van deze verpachtingsvoorwaarden niet, niet tijdig of niet deugdelijk nakomt, de navolgende maatregelen te treffen: oplegging van een boete; onmiddellijke stopzetting van de levering van stroom; belemmering van de exploitatie van de inrichting door het college te achten maatregelen; bevel tot sluiting van de inrichting; verwijdering van de inrichting c.q. ontruimen van het kermisterrein; uitsluiting van het verkrijgen van een standplaats voor de toekomst. 3.. Het college is bevoegd om -afhankelijk van de ernst van de overtreding c.q. niet nakoming van de uit de voorwaarden voortvloeiende verplichtingen- één of meerdere bovengenoemde maatregelen, afzonderlijk en/of in combinatie, onmiddellijk ten uitvoer te leggen. 4.. Het college gaat hiertoe niet over dan nadat de exploitant op zijn verzuim is gewezen en hem een termijn is gesteld alsnog het verzuim te herstellen. 5.. Bij toepassing van de boeteoplegging, conform het eerste lid, sub a, bedraagt de boete 10% van de pachtsom, met een minimum van € 500,- en een maximum van € 15.000,-- Deze boeteoplegging vindt plaats per elke geconstateerde overtreding nadat de exploitant op zijn verzuim is gewezen. 6.. Bij toepassing van deze maatregelen hebben de exploitanten geen enkel recht op schadevergoeding of terugbetaling van de reeds betaalde pachtsom c.q. ontslag van de verplichting om de nog verschuldigde pachtsom te betalen. 7.. Het toezicht op de naleving van het in lid 1 gestelde verpachtingsvoorwaarden is opgedragen aan de in artikel 13 van deze verordening bedoelde ambtenaren en de door het college aangewezen kermisorganisator.

Rechtspraak bij dit artikel