Achter een gebouw, waarvan geen deel tot woning, anders
dan als dienstwoning is bestemd, moet een bij het gebouw
behorend erf aanwezig zijn ter diepte van ten minste 2
meter achter het verst achterwaarts gelegen deel van het
gebouw en over de volle breedte daarvan.
Het bevoegd gezag kan de ontheffingsvergunning verlenen
in afwijking van het bepaalde in het eerste lid:
indien ligging en bestemming van het gebouw
hiervoor geen beletsel vormen;
indien, voor zover nodig, afwijking is
toegestaan van het verbod tot overschrijding van
de achtergevelrooilijn.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 2.5.16
Erf bij overige gebouwen
Onderdeel van Bouwverordening inclusief de 14e serie wijzigingen