Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Vorm en termijn waarin het advies wordt uitgebracht

Onderdeel van Verordening inzake de planadviesraad welstand, monumenten en beschermd stadsgezicht 2012

1.. De Planadviesraad brengt binnen twee weken nadat daarom door of namens burgemeester en wethouders is verzocht, schriftelijk en met redenen omkleed advies uit in het geval: het een afwijzend advies betreft; het een positief advies betreft aangaande een monument; het een advies na vooroverleg betreft; burgemeester en wethouders dit wenselijk achten, zoals ten aanzien van beroepszaken, complexe en/of gevoelige plannen. 2.. Een schriftelijk advies als bedoeld in het eerste lid kan achterwege blijven en met een zogenaamd stempeladvies tijdens de vergadering worden afgedaan in het geval; het een positief advies betreft; het advies eenvoudig in de vergadering op de aanvraag genoteerd kan worden; het een kleine ingreep van een monument betreft waarbij er geen monumentale waarden in het geding zijn. 3.. De uit te brengen adviezen worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders, doch toegezonden aan de manager van het team dat de aanvraag behandelt waarop het advies betrekking heeft dan wel – in geval advies is gevraagd in het kader van een bezwaarschriftprocedure – aan de secretaris van de Algemene Bezwaarschriftencommissie. 4.. De Planadviesraad ontvangt na de definitieve besluitvorming schriftelijk bericht over het door burgemeester en wethouders/gemeenteraad genomen besluit, inclusief de overwegingen indien van het advies wordt afgeweken. 5.. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de Planadviesraad een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel