In afwijking van het verbod tot het bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen voor:
a buiten de bebouwde kom gelegen gebouwen, geen kassen zijnde, voor doeleinden
van bodemcultuur en veeteelt, pluimveeteelt daaronder begrepen, waarvan de
afstand tot de zijdelingse grens van het erf minder dan 20 meter bedraagt;
b binnen de bebouwde kom gelegen kassen;
c vrijstaande enkele of dubbele eengezinshuizen;
d gebouwen op een terrein waarvan twee tegenover elkaar liggende zijden grenzen
aan wegen, aan een weg en een openbaar water, aan een weg en een spoorweg of
aan een weg en een plantsoen en welk terrein slechts aan één van die zijden mag
worden bebouwd;
e gebouwen op binnenterreinen, mits hiervan de bereikbaarheid, als bedoeld in de
artikelen 2.5.3 en 2.5.4, is verzekerd;
f bijgebouwen, die niet vallen onder artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht
g gebouwen in een bouwstrook of bouwblok, geheel of overwegend handels- of
industrieterrein omvattend;
h bouwwerken, geen gebouw zijnde, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist;
i ondergrondse bouwwerken, zoals kelders, kelderkoekoeken en kelderingangen, mits
de bovenzijde daarvan niet hoger is gelegen dan de hoogte van het terrein ter
plaatse bij voltooiing van de bouw;
j erkers en overige uitbouwen, anders dan de uitbouwen die vallen onder artikel 2, onderdeel 3, of artikel 3, onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht
k trappenhuizen, buitentrappen en liftschachten, hijsinrichtingen en stortbuizen,
balkons en veranda's, alsmede andere luifels, afdaken, dakoverstekken,
uitspringende schoorsteenwanden, terrassen en bordessen dan bedoeld zijn in
artikel 2.5.13;
l bouwwerken aan of bij een monument - als bedoeld in de Monumentenwet 1988 dan
wel in de provinciale of gemeentelijke monumentenverordening - voor zover zulks
niet bezwaarlijk is om de in historisch-esthetisch opzicht gewenste aansluiting te
verkrijgen bij het karakter van de bestaande omgeving.