1 De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de zijdelingse
grens van het erf zodanig zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het
aangrenzende erf aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die:
a vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven minder dan 1 meter
breed zijn;
b niet toegankelijk zijn.
Bebouwing van ondergeschikte aard op het erf of op het aangrenzende erf wordt
hierbij buiten beschouwing gelaten.
2 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoudvan de vrij te laten ruimte.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.17
Ruimte tussen bouwwerken
Onderdeel van Bouwverordening Drechterland bijgewerkt t/m de 14e wijziging