1 De hoogte van een bouwwerk dat met een ingevolge artikel 2.5.3 of artikel 2.5.14
toegestane afwijking wordt opgericht op een niet aan een weg grenzend terrein, mag
niet meer bedragen dan 2,70 meter met dien verstande dat - uitgaande van een
goothoogte van genoemde maat - daarboven een zadeldak met hellingen van ten
hoogste 45 graden toegelaten is.
2 Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, indien de aard en de ligging van de omringende bebouwing hiervoor geen beletsel vormen.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.25
Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen
Onderdeel van Bouwverordening Drechterland bijgewerkt t/m de 14e wijziging