Onverminderd de artikelen 4:48 en 4:50 van de wet kan een besluit tot subsidieverlening worden ingetrokken of ten nadele van de subsidie-ontvanger worden gewijzigd, indien:
de subsidie-ontvanger handelt in strijd met de in deze regeling gegeven voorschriften of met de bij het verleningsbesluit opgelegde verplichtingen;
de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen in de onderneming gezien de rentabiliteit en de aard van de onderneming niet aanvaardbaar is of indien gerede twijfel bestaat omtrent het voortbestaan van de onderneming;
conservatoir beslag is gelegd op het vermogen of op een deel van het vermogen van de subsidie-ontvanger;
aan de subsidie-ontvanger surséance van betaling is verleend, de subsidie-ontvanger failliet is verklaard of ten aanzien van de subsidieontvanger de schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 Faillissementswet is uitgesproken.
Hoofdstuk
Artikel 14
Intrekking subsidieverlening
Onderdeel van Kaderverordening subsidies Samenwerkingsverband Noord-Nederland 2000