De subsidie kan lager worden vastgesteld, indien:
de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen in de onderneming gezien de rentabiliteit en de aard van de onderneming niet aanvaardbaar is of indien gerede twijfel bestaat omtrent het voortbestaan van de onderneming, of
aan de subsidieontvanger surséance van betaling is verleend, de subsidieontvanger failliet is verklaard of ten aanzien van de subsidieontvanger de schuldsaneringsregeling als bedoeld in artikel 284 van de Faillissementswet is uitgesproken.
Hoofdstuk
Artikel 21A
Artikel 21A
Onderdeel van Kaderverordening subsidies Samenwerkingsverband Noord-Nederland 2000