1. Burgemeester en wethouders heroverwegen de verlaging voor een periode van drie maanden of langer, binnen een termijn van ten hoogste drie maanden na de datum van het besluit tot verlaging of voortzetting van de verlaging.
2. In het kader van de in het eerste lid bedoelde heroverweging beoordelen burgemeester en wethouders of en in hoeverre de omstandigheden en het gedrag van belanghebbende aanleiding geven te besluiten tot herziening, beëindiging of voortzetting van de verlaging.
3. Burgemeester en wethouders kunnen bij een besluit tot voortzetting van de verlaging het percentage van de verlaging verdubbelen en/of de duur verlengen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de belanghebbende.