Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2

Juridisch kader

Onderdeel van BELEIDSREGEL WET BIBOB HORECA, SEKSINRICHTINGEN E.D. HELMOND 2012

In de Wet Bibob wordt aan het bestuur de mogelijkheid geboden een vergunning te weigeren of in te trekken, indien strafbare feiten, oorzaak (witwassen), middel (valsheid in geschrifte) of gevolg (dekmantel) daarvan zijn. Het achterliggende doel van het Bibob-instrumentarium is het voorkomen dat door het verlenen van vergunningen de overheid onbedoeld criminele activiteiten faciliteert. De Wet Bibob geeft het bestuursorgaan de mogelijkheid om een vergunning te weigeren of in te trekken, indien er een ernstige mate van gevaar is dat de vergunning mede gebruikt wordt om strafbare feiten te plegen of indien er een ernstige mate van gevaar is dat de vergunning mede zal worden gebruikt voor het benutten van voordelen uit strafbare feiten. Hiervoor is het noodzakelijk dat het bestuur de beschikking krijgt over zodanige informatie dat het voldoende kan beoordelen of er sprake is van ernstig gevaar. Hiervoor is het landelijk Bureau Bibob opgericht, dat bestuursorganen desgevraagd adviseert over de mate van gevaar dat met behulp van overheidsmiddelen criminele activiteiten worden gefaciliteerd (Bibob-advies). Bij de bestuursorganen ligt de beslissing al dan niet een Bibob-advies aan te vragen. Vanwege deze keuzevrijheid verdient het de voorkeur dat dit gebeurt op basis van een te ontwikkelen beleid, waarin wordt aangegeven in welke gevallen een advies kan worden aangevraagd bij het Bureau Bibob. Dit schept duidelijkheid naar burgers en ondernemingen die potentieel aan een Bibob-onderzoek kunnen worden onderworpen. Helmond is in 2005 met de implementatie van de Wet Bibob gestart. Begonnen is met de vergunningen voor seksinrichtingen, coffeeshops, horeca-inrichtingen, speelautomatenhallen en afhaalcentra. In 2006 zijn hieraan toegevoegd escortbedrijven en growshops. In een separate beleidsregel zijn in 2009 bouwen en milieu toegevoegd.

Rechtspraak bij dit artikel