Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Berekening van de precariobelasting

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2010

1.. Onverminderd het bepaalde in artikel 10 wordt voor de berekening van de precariobelasting een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 2.. Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders bepaald. 3.. Indien een tarief per frontoppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de verticale projectie van de voorwerpen, tenzij anders bepaald. 4.. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 5.. Indien in de tarieventabel voor het hebben van voorwerpen meerdere tijdsgebonden tarieven zijn opgenomen, is voor de berekening van de precariobelasting het tarief van toepassing dat aansluit bij een ter zake door de gemeente verleende vergunning, ontheffing of instemming. In gevallen waarin geen vergunning, ontheffing of instemming is verleend geldt het jaartarief. 6.. Open ruimten tussen op gemeentegrond geplaatste voorwerpen worden voor de berekening van de belasting mede geacht in gebruik genomen te zijn. 7.. Indien op grond van de tarieventabel meer dan één tarief toegepast zou kunnen worden, wordt de aanslag berekend naar het hoogste tarief.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel