De belasting wordt niet geheven ter zake van;
voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtenseigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen welke aan derden zijn verhuurd;
voorwerpen welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd;
het hebben van voorwerpen ten dienste van het wegverkeer, zoals wegwijzers ensoortgelijke voorwerpen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, A.N.W.B. en van daarmee op een lijn te stellen lichamen;
het hebben van brievenbussen en telefooncellen (1 per 5.000 inwoners), voor zover de afzonderlijke aantallen daarvan niet boven een wettelijke verplichting tot plaatsing komen;
het hebben van voorwerpen of werken, welke noodzakelijk voor de uitoefening vanhun publiekrechtelijke taak, door het rijk, de provincie, de gemeente of door de waterschappen, zijn aangebracht of geplaatst;
het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd voor een weldadig doel, tendienste van een kerkgenootschap of ten dienste van door het rijk gesubsidieerde bijzondere scholen;
het innemen van gemeentegrond, indien de verordening op de heffing eninvordering van marktgelden van toepassing is;
het hebben van borden, zuilen en dergelijke, aangebracht door of vanwegepolitieke partijen, bevattende uitsluitend verkiezingspropaganda;
een vak van een reclamebord of zuil in gebruik bij en ten dienste van de gemeentevoor het aanbrengen van stadsplattegronden;
het innemen van gemeentegrond, indien hiervoor een pachtsom in rekening wordtgebracht dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen;
het hebben van afvoerbuizen van hemelwater welke aan een gebouw zijnaangebracht.
het hebben van bloembakken, plantenbakken aan de gevel, voorzien van planten en of bloemen en uitsluitend gebezigd ten behoeve van opluistering, sfeer of versiering waarbij de bak niet groter is dan 0,5 m2 horizontaal geprojecteerd.
Artikel 7
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2010