**1..** Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs,
een speciale school voor basisonderwijs of een school voor
voortgezet onderwijs bezoelh, van wie het inkomen tezamen meer
bedraagt dan € 17.700,-- ,wordt slechts een vergoeding verleend
voorzover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van
het openbaar vervoer over de in artikel 11 dan wel artikel 15
bepaalde afstand te boven gaan.
**2..** In geval burgemeester en wethouders in plaats van een vergoeding in
geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgen dan wel doen
verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor
basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school
voor speciaal voortgezet onderwijs of een school voor
praktijkonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen
bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over
de in artikel 11 dan wel artikel 15 bepaalde afstand, indien het
inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 17.700,--.
**3..** De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede
lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de
zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 27, eerste
lid, van de Wet personenvervoer, voor de afstand redelijkerwijs
zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer
of het daadwerkelijk gebruik ervan.
**4..** Het bedrag van € 17.700,--, genoemd in het eerste en tweede lid,
wordt met ingang van 1 januari 1999 jaarlijks aangepast aan de
wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen
werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en
rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,--.
Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en
tweede lid genoemde bedrag van € 17.700,