In deze verordening wordt verstaan onder:
a.een inrichting: een voor mensen toegankelijke ruimtelijk begrensde plaats voor zover die geenbouwwerk is;
b.bouwwerk: elke constructie van enig omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in de of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
Hoofdstuk › Paragraaf 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening 2012