Lid 1.
Het college is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening, degene door
wie een aanvraag is ingediend of bij gebruikelijke zorg diens relevante
huisgenoten:
op te roepen in persoon te verschijnen op een door het college
te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen.
op een door het college te bepalen plaats en tijdstip door een
of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of
onderzoeken.
lid 2
Het college kan een door haar daartoe aangewezen adviesinstantie om
advies vragen indien:
het handelt om een aanvraag van een persoon die niet eerder een
voorziening heeft gehad c.q. met wie niet eerder een gesprek als
bedoeld in artikel 3 is gevoerd;
het handelt om een aanvraag van een persoon die wel eerder een
voorziening heeft gehad of een gesprek zoals bedoeld in artikel
3 heeft gevoerd, maar waarvan de medische omstandigheden zodanig
zijn veranderd dat die gewijzigde omstandigheden de noodzaak van
een voorziening of de soort van voorziening kunnen
beïnvloeden.
het college dat overigens gewenst vindt.
Lid 3.
Een aanvrager is verplicht medewerking te verlenen aan het college of de
door haar aangewezen adviesinstantie en gegevens te verschaffen of te
doen verschaffen, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de
aanvraag. Indien de aanvrager verplichting niet nakomt, dan kan het
college, mits onvoldoende informatie voorhanden is voor een zorgvuldig
besluit, besluiten de aanvraag af te wijzen, omdat het recht op een
voorziening niet vast te stellen is.
Hoofdstuk 7.
Artikel 25.
Advisering
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Zundert 2012