De subsidie bedraagt bij:
Niet basisvoorzieningen
25% van de door het college vastgestelde en goedgekeurde subsidiabele investeringskosten (exclusief groot onderhoud).
Basisvoorziening
50% van de door het college vastgestelde en goedgekeurde subsidiabele investeringskosten (exclusief groot onderhoud).
Bovenkernse voorziening
Bij nieuwbouw of aanpassing van bovenkernse voorzieningen in verband met een fusie of gezamenlijke huisvesting van instellingen, waarbij de benodigde huisvestingscapaciteit aantoonbaar in wezenlijke mate afneemt, kan het college, onder voorbehoud van goedkeuring door de raad, bij de subsidieverlening afwijken van de in lid 1 genoemde percentages.
Eigen inbreng
Bij de bepaling van de subsidie mag de vooraf door het college goed te keuren eigen inbreng, die in de plaats treedt van geraamde aannemersuren, ten bedrage van € 30 per mensuur, tot de investeringskosten worden gerekend.
Groot onderhoud
Voor gesubsidieerde instellingen bedraagt de subsidie 80% van de door het college vastgestelde en goedgekeurde subsidiabele onderhoudskosten.
Legeskosten
100% Van de verschuldigde legeskosten voor de omgevingsvergunning bij bouw of verbouw.
Garantstelling
Er wordt geen garantstelling gegeven tenzij niet in het gevraagde en als noodzakelijk geconstateerde op andere wijze kan worden voorzien.
Hoofdstuk 4
Artikel 10
Subsidiebedragen
Onderdeel van Subsidieverordening investeringskosten in maatschappelijke accommodaties