Aan de ambtenaar, die wordt ontslagen:
op grond van artikel 8:3;
op grond van artikel 8:4, voor zover hij niet is herplaatst in een dienstverhouding als bedoeld in hoofdstuk 9 van het pensioenreglement;
op grond van artikel 8:9;
op grond van artikel 8:10 of 8:11 indien en voor zover het een volledig ontslag betreft,
en die indien het ontslag niet had plaatsgevonden het voor een gratificatie, als bedoeld in artikel 3:5:1:1, vereiste aantal overheidsjaren binnen vijf jaren na de ontslagdatum had kunnen vervullen, wordt een proportionele afscheidsgratificatie toegekend.
De proportionele afscheidsgratificatie wordt berekend door het bedrag, waarop recht zou hebben bestaan, indien het vereiste aantal overheidsjaren zou zijn vervuld, te vermenigvuldigen met een breuk. Daarvan wordt de teller gevormd door het feitelijk geheel of gedeeltelijk vervulde aantal overheidsjaren, waarbij naar boven wordt afgerond op hele maanden; de noemer is het aantal overheidsjaren, dat vervuld had moeten zijn om voor de betreffende gratificatie, als bedoeld in artikel 3:5:1:1, in aanmerking te kunnen komen.De proportionele afscheidsgratificatie wordt naar boven afgerond op een veelvoud van vijf euro.
Bij gedeeltelijk ontslag wordt de proportionele afscheidsgratificatie berekend naar rato van het aantal uren waarvoor ontslag wordt verleend