Keuze in arbeidsvoorwaarden
Voor je ligt de regeling” Cafetariamodel, keuze in arbeidsvoorwaarden bij de gemeente Venlo”.
Sinds 1 april 1999 is het binnen de gemeentelijke rechtspositieregeling mogelijk om individuele keuzes binnen het arbeidsvoorwaardenpakket te maken. De keuzemogelijkheden in de CAR/UWO hebben vooralsnog betrekking op het ruilen van tijd tegen geld en het ruilen van geld tegen tijd. Echter, tot die tijd kunnen gemeenten het basismodel zelf uitbreiden met meer keuzemogelijkheden (artikel 4a:3 van de CAR). Hiertoe zal de gemeente zelf een (aanvullende) regeling moeten treffen, hetgeen de gemeente Venlo in november 2003 heeft gedaan.
Bij inwerkingtreding van het cafetariamodel in 2003 kende het model de volgende keuzen (bestedingsdoelen):
Personal computer, ook wel de PC privé regeling;
Fiets;
Bijverzekering pensioen;
Spaarloon;
Koop en/of verkoop van vakantie-uren;
Verlofsparen en
Sparen en/of uitbetalen van het persoonlijk budget.
Op 27 augustus 2004 is door het kabinet de mogelijkheid voor de PC privé regeling afgeschaft. Dit had als gevolg dat de PC privé regeling uit het cafetariamodel geschrapt moest worden. Aangezien het bij het uitruilen van arbeidsvoorwaarden om toekomstige loonbestanddelen gaat is dit met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004 gewijzigd.
In verband met een wijziging van de fiscale regeling per 1 januari 2004 kan voor alle zakelijk kilometers, die de medewerker aflegt een onbelaste vergoeding worden gegeven van 0,18 euro per kilometer. Hiertoe is bij wijzigingsdatum van 1 januari 2004 een tegemoetkoming in de kosten woon-werkverkeer als bestedingsdoel opgenomen in het cafetariamodel. Op grond van fiscale wijzigingen is de hoogte van de onbelaste vergoeding inmiddels 0,19 euro per kilometer. Dit bedrag wordt dan ook bij de huidige wijzigingsdatum gewijzigd.
Naast het afschaffen van de PC privé regeling is ook het verlofsparen afgeschaft met ingang van 1 januari 2006. De verlofspaarregeling is opgegaan in de levensloopregeling. De bestaande verlofspaarregeling bleek teveel nadelen te hebben. Zo bood niet elke werkgever een verlofspaarregeling aan en kon het tegoed op de verlofspaarregeling niet altijd worden meegenomen naar een volgende werkgever. Om die reden is ook de tijdspaarmogelijkheid in de nieuwe levensloopregeling afgeschaft. Het verlofsparen wordt zowel als bron als bestedingsdoel met ingang van de huidige wijzigingsdatum verwijderd uit de regeling.
Conform het CAO akkoord van 2004-2005 heeft het LOGA gemeenten geadviseerd de vakbondscontributie aan te merken als bestedingsdoel, waardoor medewerkers, die dat wensen, hiervan gebruik kunnen maken. Bij wijzigingsdatum van 1 januari 2006 is de vakbondscontributie dan ook als bestedingsdoel opgenomen in het cafetariamodel.
Ten aanzien van de fiets heeft de belastingdienst met ingang van 1 januari 2007 de bijtelling van 68 euro afgeschaft. Dit betekent dat je als werkgever zijnde een fiets ter waarde van 749 euro volledig onbelast mag vergoeden of verstrekken. Ook de waarde van de met de fiets samenhangende zaken is met ingang van 1 januari 2007 gewijzigd. Was dit voorheen een bedrag van 250 euro waarbij de vergoeding onderbouwd moest worden en waarbij de gegevens over drie kalenderjaren van belang was. Nu is dit maximaal 82 euro per kalenderjaar, 246 euro gedurende drie kalenderjaren, zonder nadere bewijsplicht.Deze wijzingen zullen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 in deze versie worden doorgevoerd.
Samenvattend betekent dit dat er na de inwerkingtreding van 1 november 2003 het nodige is gewijzigd, toegevoegd of zelfs verwijderd. En nog zijn we er niet. Bij de laatste wijzigingsdatum van 1 januari 2006 hebben wij aangegeven dat de aantrekkelijkheid van een cafetariamodel valt of staat bij de fiscaal vriendelijkheid ervan. Al naar gelang de behoefte en de fiscale mogelijkheden zullen wij het uitbreiden van de keuzemogelijkheden onderzoeken. Bedrijfsfitness is een van deze behoeftes, welke wij (opnieuw) nader hebben onderzocht.
De voorwaarden waaronder de werkgever de medewerkers belastingvrij kan laten fitnessen zijn als volgt:
het moet gaan om conditie- of krachttraining. Andere sporten, zoals tennis of zaalvoetbal komen niet voor belastingvrije verstrekking in aanmerking, ondanks positief advies van arbeidsdeskundigen;
de deelneming aan de fitness moet voor nagenoeg alle medewerkers ( = 90%) van een bepaalde arbeidsplaats openstaan;
de fitness vindt plaats op de werkplek of op een vaste door de werkgever aangewezen locatie die geldt voor alle werknemers of voor alle medewerkers met dezelfde arbeidsplaats.
Tot 1 januari 2007 gold ook de voorwaarde dat de fitness moest plaatsvinden gedurende de werktijd. Deze voorwaarde bleek in de praktijk voor werkgevers een drempel te zijn om belastingvrij fitness te introduceren. Hiervoor in de plaats is de voorwaarde over de locatie gekomen (zie punt 3).
Verder stelt de fiscus dat wanneer een bedrijf meer dan een vestiging (= arbeidsplaats) heeft, de laatstgenoemde mogelijkheden per vestiging gelden. Dit betekent dat wij als gemeente zijnde per arbeidsplaats een fitnesscentrum mogen aanwijzen of een overeenkomst kunnen sluiten met één fitnessbedrijf op grond waarvan de medewerkers kunnen fitnessen in elke vestiging van dat fitnessbedrijf.
Wij hebben gekozen voor een tweetal fitnessbedrijven, te weten: Bedrijfsfitness Limburg en Controlfit. Beiden fitnessbedrijven hebben een samenwerkingsverband afgesloten met meerdere fitnesscentra, in totaal ca. 50 verschillende fitnesscentra.
De kosten voor deelname aan bedrijfsfitness verschilt van 37,50 euro per maand voor een all-in abonnement (onbeperkt fitness en groepsles) tot 29,59 euro per maand voor 1x per week sporten. De abonnementskosten mogen vervolgens worden uitgeruild, waarbij het fiscaal voordeel afhankelijk is van het individuele loonbelastingtarief.
Deelname aan het cafetariamodel staat open voor alle medewerkers waarop de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo van toepassing is, alsmede voor de vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer.
Alle afspraken met betrekking tot het cafetariamodel worden schriftelijk vastgelegd door middel van de daarvoor bestemde formulieren.
De waarde van een vakantie-uur wordt bepaald aan de hand van het salaris op 1 januari of eventuele latere datum van indiensttreding.
Tussentijdse beëindiging van het dienstverband betekent niet, dat een gedeelte van het persoonlijk budget terugbetaald moet worden. Uitdiensttreding houdt wel in, dat nog openstaande bedragen, die niet meer bruto verrekend kunnen worden, ingehouden worden op het nettosalaris. Als het nettosalaris niet voldoende is, wordt een rekening gestuurd voor het restant.
Binnen enig kalenderjaar is er de mogelijkheid een wijziging aan te brengen binnen de geselecteerde bron(nen) en doel(en), uiteraard wel met inachtneming van de eventuele consequenties van verrekening en/of terugbetaling.
Deelname aan het cafetariamodel is niet mogelijk middels verrekening met het nettosalaris, met andere woorden hiervoor wordt dus geen renteloze lening verstrekt.
Indien je wilt deelnemen aan het cafetariamodel, dan moet er natuurlijk wat ingevuld worden. Bij elke keuze (zie hoofdstuk 4) is aangegeven om welke formulieren het gaat. Met uitzondering van de formulieren “Bijverzekering pensioen” en “Aanmelding voor de spaarloonregeling” kun je alle formulieren opvragen via p-info, zo nodig zijn de formulieren ook verkrijgbaar via de Servicedesk Bedrijfsvoering.Mocht je behoefte hebben aan extra hulp bij het maken van je keuze, dan is dat natuurlijk mogelijk. Je kunt daarvoor terecht bij de Servicedesk Bedrijfsvoering. Indien je meer wilt weten over wat bijvoorbeeld de consequenties zijn voor je nettosalaris, wat je netto in handen krijgt als je vakantie-uren verkoopt of hoe het bijverzekeren voor je pensioen in zijn werk gaat dan kun je daarvoor een afspraak maken met een van de medewerkers van de Servicedesk Bedrijfsvoering.Bij de laatste wijzigingsdatum hebben wij vermeld, met de komst van het nieuwe personeelsinformatiesysteem, ook te kunnen beschikken over een extra mogelijkheid welke ondersteuning biedt bij het toepassen van ons cafetariamodel (SalaCarte van Centric). Ondersteuning in die zin dat het direct inzicht geeft in de consequenties van je keuze voor bijvoorbeeld salaris, vakantiegeld en/of eindejaarsuitkering.Helaas is deze optionele module nog niet uitgeleverd. Wellicht dat wij hierover bij de volgende wijzigingen wel over kunnen beschikken.
In het cafetariamodel hebben wij het over het uitwisselen van arbeidsvoorwaarden. Zo kun je vakantie-uren ruilen tegen geld of geld ruilen tegen vakantie-uren. Dit zijn ook wel de bronnen en doelen binnen het cafetariamodel. Met de bronnen bedoelen wij de middelen waarmee je kunt betalen of liever gezegd, hetgeen je inzet. Met doelen bedoelen wij hetgeen je ervoor terugkrijgt. In ons cafetariamodel zijn op dit moment 8 verschillende doelen opgenomen, welke in hoofdstuk 4 nader worden toegelicht.
Door belaste beloningsbestanddelen te ruilen voor andere belastingvrije of beperkt belaste beloningsbestanddelen is natuurlijk financieel voordelig. Alleen wanneer een medewerker geen behoefte heeft aan deelname middels een fiscaal vriendelijke keuzemogelijkheid, dan kan hij zijn persoonlijk budget laten uitbetalen. Maar dat betekent wel, dat hierover op de normale manier belasting betaald moet worden; er is dan geen sprake meer van fiscaal vriendelijk ruilen in de zin van ons cafetariamodel. Toch hebben we ook die mogelijkheid voor de volledigheid als doel in ons cafetariamodel opgenomen.
het persoonlijk budget;
vakantie-uren;
bruto loonbestanddelen;
Het persoonlijk budget is samengesteld uit twee bedragen: iedere medewerker krijgt € 102,10 en daarboven nog eens € 2,80 per uur naar rato van de omvang (formele uren) van het dienstverband per 1 januari of eventuele latere datum van indiensttreding. Wijziging van het percentage dienstverband gedurende het jaar heeft geen invloed meer op het persoonlijk budget.
Het persoonlijk budget geldt per kalenderjaar.
Bij een wisselend aantal uren geldt het gemiddeld aantal uren van het voorgaande kalenderjaar voor het bedrag per uur.
Het persoonlijk budget (of een gedeelte ervan), dat wordt ingezet voor een fiscaal vriendelijk doel wordt zo mogelijk nog verrekend in de maand, waarin het formulier is ingeleverd. In het (de) daarop volgende kalenderja(a)r(en) wordt het persoonlijk budget, voor zover dit wordt ingezet, verrekend in de maand januari.
Het persoonlijk budget kan besteed worden aan een of meerdere doelen.
Het persoonlijk budget kan ook worden opgespaard, maar niet langer dan over een periode van drie opeenvolgende kalender-jaren. Is het dan nog niet besteed aan een doel, dan wordt het uitbetaald, uiteraard met inhouding van belasting.
Wil je het persoonlijk budget niet sparen en ook niet inzetten voor een doel, dan kun je aangeven, dat het uitbetaald moeten worden, natuurlijk ook weer met inhouding van belasting.
Bij uitdiensttreding wordt het persoonlijk budget, dat gespaard is of nog niet besteed is, uitbetaald (met inhouding van belasting).
Bij uitdiensttreding hoeft het persoonlijk budget, dat reeds ingezet is of uitbetaald is over het betreffende kalenderjaar niet te worden terugbetaald.
Er kunnen maximaal 72 (na aftrek van het wettelijk minimum) normale vakantie-uren en bovendien nog ten hoogste 21,6 uren leeftijdsvakantie gebruikt worden.
De maximaal 21,6 uren leeftijdsvakantie (of minder) kunnen alleen maar gebruikt worden om te verkopen, dus uitbetaald worden.
De 72 normale vakantie-uren (of minder) kunnen ingezet worden voor een of meerdere van de acht doelen. Voor deeltijders gelden die 72 uur naar evenredigheid.
De waarde van je vakantie-uur wordt bepaald aan de hand van het bruto-maandsalaris in de maand januari of eventuele latere datum van indiensttreding.
VoorbeeldMaandsalaris van Piet in jan. 2003 is € 2.424; één vakantie-uur heeft de waarde van € 15,54 (€ 2.424 : 156). Zet hij de 72 uur volledig in, dan kan hij voor € 1.118,88 “kopen”. (Voor deeltijders geldt dit naar evenredigheid. Bij een deeltijd dienstverband van 50% kan dan ten hoogste 36 uur worden ingezet. In dit voorbeeld betekent dit een waarde van € 559,44.).
De vakantie-uren, die worden ingezet, moeten natuurlijk van de vakantiekaart worden afgeschreven. De Servicedesk Bedrijfsvoering muteert dit rechtstreeks in de desbetreffende verlofmaand.
De volgende loonbestanddelen zijn hiervoor aangewezen: het bruto salaris, de bruto vakantietoelage en de bruto eindejaarsuitkering.
Het bruto salaris kan tijdelijk worden verlaagd. Het bedrag van de verlaging wordt dan gebruikt voor de “betaling” (verrekening) van een fiscaal vriendelijk doel. Belastingtechnisch betekent dit, dat de medewerker afstand doet van een deel van het bruto salaris waarvoor de werkgever een belastingvrije vergoeding verstrekt. Deze belastingvrije vergoeding wordt gebruikt voor de aflossing van de renteloze lening. Overigens is aan de inzet van bruto salaris wel de beperking verbonden, dat het salaris niet mag zakken beneden het wettelijk minimumloon.
Hetzelfde geldt voor de inzet van bruto vakantietoelage en de bruto eindejaarsuitkering. Hierbij moet er rekening gehouden worden met het feit dat reeds opgebouwde delen van de vakantietoelage of van de eindejaarsuitkering niet meer kunnen worden ingezet, immers deze zijn al verdiend. Met andere woorden je kunt alleen toekomstige, nog niet opgebouwde delen van de vakantietoelage of van de eindejaarsuitkering inzetten.
De verlaging van je brutoloon heeft als voordeel, dat je minder loonbelasting en minder premies sociale verzekeringen betaalt (IZA-premie blijft gelijk). Verlaging van de bezoldiging heeft geen invloed op de grondslagen voor oudersdoms-, nabestaanden- invaliditeits-pensioen en FPU, mits voldaan wordt aan de voorwaarden van het besluit van 8 september 2008, CPP2008/1727M. In dat besluit is vastgelegd dat de verlaging van het pensioengevend loon achterwege blijft voor zover is voldaan de volgende voorwaarden:
er is sprake van een schriftelijk vastgelegde regeling waaraan de deelname openstaat voor ten minste driekwart van de medewerkers.
het betreft een regeling waarbij de verlaging van het fiscale loon tijdelijk is, dus niet structureel. De medewerker moet ten minste één keer per jaar de keuze hebben om de samenstelling van zijn beloning te wijzigen.
het betreft een ruil van loon tegen uitsluitend een of meer van de volgende beloningsbestanddelen:
vrije vergoedingen op grond van een ruil die voldoet aan de voorwaarden gesteld in het besluit van 7 december 2005, nr. CPP2005/2518M;
verminderingen van de arbeidstijd tot een maximum van 10% van de overeengekomen arbeidsduur.
Daarnaast de volgende voorwaarde: het verschil tussen het oorspronkelijke pensioengevende loon en het verlaagde pensioengevende loon zoals dat eigenlijk zou moeten worden vastgesteld, mag niet meer bedragen dan 30% van het oorspronkelijke pensioengevende loon. Met andere woorden: je mag niet meer dan 30% van je totale bezoldiging inzetten voor het cafetariamodel.
De verlaging van het brutosalaris kan negatieve gevolgen hebben voor de hoogte van salarisafhankelijke uitkeringsgerechtigden, zoals de:
eindejaarsuitkering;
vakantietoelage;
loondoorbetaling bij ziekte;
WIA-uitkering;
Suppletie;
WW-uitkering;
ZW-uitkering en
Overwerkvergoeding.
Voordat je kiest voor verlaging van je brutosalaris als bron voor een bestedingsdoel is het verstandig eerst goed te laten doorrekenen wat daarvan de gevolgen zijn. Je kunt daarvoor terecht bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
Tenslotte kan verlaging van het brutosalaris consequenties hebben voor inkomensafhankelijke toeslagen, zoals huurtoeslag, zorgtoeslag en de rijksbijdrage voor kinderopvang. Deze toeslagen worden door de belastingdienst toegekend op basis van je belastingaangifte. Aangezien wij geen inzicht hebben in eventuele andere inkomstenbronnen, kunnen wij je over deze consequenties niet adviseren.
Er zijn acht doelen (keuzemogelijkheden), die in hoofdstuk 4 ieder voor zich worden toegelicht:
tegemoetkoming woon-werkverkeer;
fiets;
bijverzekeren pensioen;
spaarloon;
koop en/of verkoop van vakantie-uren;
sparen en/of uitbetalen persoonlijk budget;
vakbondscontributie en
bedrijfsfitness.
Keuze (doel)
Inzet (bron)
Uitbetalen
Sparen
Bruto salaris
Bruto vakantie-toelage
Bruto Eindejaars-uitkering
Vakantieverlof
Persoonlijk budget
Normale vak. uren max. 72 uur
Leeftijds-vak. uren max. 21,6 uur
1.Tegemoetkoming woon-werkverkeer
*
*
*
*
--
*
--
--
2. Fiets 1 maal per 3 jaarMaximaal € 749,00 en met de fiets samenhangende zaken ter waarde van maximaal € 82,00 per jaar en een fietsverzekering.
*
*
*
*
--
*
--
--
3. Premie bijverzekering pensioen
*
*
*
*
--
*
--
--
4. spaarloonMaximaal € 613,00 per jaar.
*
*
*
*
--
*
--
--
5. VakantieverlofKoop:
- maximaal 72 uren per jaar.
*
*
*
--
--
*
--
--
Verkoop:
- normale vakantie-uren maximaal 72 uren per jaar.Bij de verkoop van vakantie-uren geldt dat het maximum van 72 uren per jaar na aftrek van het wettelijk minimum (144 uren) is.
--
--
--
--
--
--
*
--
- leeftijdsvakantie-uren maximaal 21,6 uren per jaar.
--
--
--
--
--
--
*
--
6. Persoonlijk budget per jaar
--
--
--
--
--
--
*
*
7. Vakbondscontributie
*
*
*
*
8. Bedrijfsfitness
*
*
*
*
--
*
--
--
Als medewerker bepaal je zelf welke keuze(n) je maakt en tegen welke inzet. Combinaties zijn mogelijk. Wel moet je goed opletten bij de inzet en/of verkoop van vakantie-uren: je kunt leeftijdsvakantie-uren (max. 21,6) uitsluitend laten uitbetalen en niet inzetten voor een fiets, etc. Heb je vakantie-uren laten uitbetalen van je normale vakantieverlof (max. 72 uur), dan kun je die niet meer inzetten om bijv. een fiets te kopen en voor het omgekeerde geldt hetzelfde, met andere woorden de vakantie-uren die je hebt ingezet voor de koop van een fiets, kun je daarna niet nog eens laten uitbetalen.In hoofdstuk 4 zijn alle mogelijkheden verder toegelicht en voorzien van voorbeelden.
In dit hoofdstuk gaan we verder in op de keuzen, die gemaakt kunnen worden. Voor elke keuze wordt de volgende indeling aangehouden:
Wat?Wat houdt de keuze in? Hoe ziet de regeling eruit en welke voorwaarden zijn eraan verbonden?
Waarmee?Waarmee kun je inzetten, met andere woorden welke bronnen kun je gebruiken?
Hoe?Hoe gaat dat in zijn werk en welke formulieren moet je hebben voor jouw keuze?
In verband met een wijziging van de fiscale regels per 1 januari 2004 kan voor alle zakelijke kilometers, die de werknemer aflegt een onbelaste vergoeding worden gegeven van € 0,19 per kilometer. Dit geldt ook voor de woon-werkkilometers, die ook als zakelijke kilometers worden beschouwd. Het maakt daarbij niet uit met welk vervoermiddel dit gebeurt: auto, trein, fiets en zelfs wanneer te voet wordt gegaan.Door de Belastingdienst is eind 2004 definitief goedgekeuring gegeven om de fiscaal netto toegestane vergoeding voor de woon-werkkilometers te verruilen met arbeidsvoorwaardelijke bestanddelen, zoals die ook in ons cafetariamodel zijn opgenomen.
Vanaf 2005 kunnen alle drie de bronnen worden omgezet voor een onbelaste woon-werk-vergoeding.Van belang is natuurlijk de fiscale ruimte, die je hebt voor het woon-werkverkeer.Met andere woorden wat is de maximale netto-vergoeding, die fiscaal is toegestaan in jouw persoonlijke woon-werksituatie.Hiervoor ga je als volgt te werk:
Aantal kilometers (retour) volgens ANWB (staat op internet) ............X Aantal reisdagen kalenderjaarBij een vijfdaagse werkweek vul hier 214 in (praktische regeling volgens de fiscus). Werk je op minder dag 5 dagen per week dan geldt dit naar evenredigheid:4 dagen: 1713 dagen: 1282 dagen: 861 dag: 43.................-----------------------------------------------------------------= Aantal woon-werkkilometers kalenderjaar................X € 0,19----------------------------------------------------------------= Maximale netto-vergoeding (fiscale ruimte) kalenderjaar................----------------------------------------------------------------
Wanneer je de maximale netto-vergoeding hebt berekend, bepaal je wat je ervoor wilt inzetten:het persoonlijk budget, het vakantieverlof en/ofde brutoloonbestanddelen(bruto salaris, bruto vakantietoelage en/of bruto eindejaarsuitkering).
Op het formulier “Tegemoetkoming woon-werkverkeer”, vul je in wat je ervoor wilt inzetten en de waarde ervan. Wil je bijvoorbeeld (ook) gebruik maken van je bruto salaris, je bruto vakantietoelage en/of je bruto eindejaarsuitkering, dan moet je daarnaast ook het formulier “Aanpassing arbeidsvoorwaarden” invullen.
Let op! gebruik je je volledige fiscale ruimte voor het woon-werk-verkeer al in de zogenaamde salderingsregeling voor de vergoeding van kilometers bij het gebruik van de eigen auto voor de dienst, dan is deelname aan de regeling volgens het cafetariamodel niet meer mogelijk.
Formulier(en):
aanpassing arbeidsvoorwaarden voor tegemoetkoming woon-werkverkeer.
Lever de benodigde formulieren ingevuld en ondertekend in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering, uiterlijk 1 september.
VoorbeeldFrans woont op een afstand van 7 km van zijn werk. Hij heeft een 5 daagse werkweek en gaat gewoonlijk met de fiets elke dag heen weer. Dit betekent, dat Frans voor zijn woon-werkverkeer op jaarbasis een fiscale netto-ruimte heeft van 214 x € 2,66 (14 km x € 0,19) = € 569,24. Frans wil het gehele bedrag van € 569,24 verruilen via het uitwisselen van arbeidsvoorwaarden. Hij zet hiervoor zijn persoonlijk budget (202,90) in en voor het restant (€ 366,34) zijn eindejaarsuitkering. Voordeel voor Frans: € 569,24 x 42% (belastingtarief) = € 239,08.
Er gelden bijzondere regels indien de werkgever een fiets aan zijn medewerker vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt. De fietsregeling is eveneens toepasbaar voor een fiets met een elektronische trapondersteuning.De cataloguswaarde van de fiets is niet langer van belang; ook duurdere fietsen kunnen onder het cafetariamodel fiscaalvriendelijk worden aangeschaft, echter boven € 749,00 is er geen fiscaal voordeel meer. Koop je een fiets van € 1.500,00, dan kun je enkel voor het bedrag van € 749,00 meedoen aan het cafetariamodel. Daarnaast kun je met de fiets samenhangende zaken (regenkleding, onderhoudsbeurten, fietstas, steun voor een aktetas en sloten) ter waarde van € 82,00 per jaar aanschaffen (€ 246,00 per 36 maanden).En daarnaast ook nog een gangbare fietsverzekering. En verder gelden nog de volgende voorwaarden:
van de regeling kan enkel eens per drie jaar (36 maanden) gebruik worden gemaakt; de driejaarsperiode begint te lopen vanaf de eerste maand waarin je inzet;
je moet meer dan de helft van het voor jou geldende aantal werkdagen per jaar met de fiets naar het werk gaan. Overigens mag je ook de fiets gebruik om naar het station te gaan om dan de trein of de bus te nemen.
Voor de fiets kun je alle drie de bronnen gebruiken:
het persoonlijk budget;
het vakantieverlof en/of
de bruto loonbestanddelen.
(bruto salaris, bruto vakantietoelage en bruto eindejaarsuitkering)
Je koopt de fiets zelf bij een leverancier naar eigen keuze. De aankoopfactuur of de offerte lever je samen met het ingevulde en ondertekende formulier in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
aanpassing arbeidsvoorwaarden voor aanschaf fiets.
Lever het (de) benodigde formulier(en) ingevuld en ondertekend in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
VoorbeeldTiny heeft een deeltijd dienstverband (18,95 uur) en wil graag een fiets kopen via het cafetariamodel, omdat zij elke dag met de fiets naar het werk komt (alleen bij slecht weer komt ze per auto). Zij heeft een fiets uitgezocht van € 650,00, daarnaast nog accessoires voor € 82,00 en een fietsverzekering voor € 100,00, samen dus voor € 832,00; ze wil dat bedrag verrekenen met haar persoonlijk budget en haar eindejaarsuitkering alles over drie jaar.Haar persoonlijk budget bedraagt € 155,16 per jaar, over drie jaar tezamen dus € 465,48. Er blijft dus € 366,52 over voor te verrekenen met de eindejaarsuitkeringen. Dat betekent dus, dat zij over een periode van drie jaar in de maand december € 122,17bruto minder eindejaarsuitkering krijgt.
Je kunt extra pensioen opbouwen. Met ABP Extra Pensioen kun je binnen het ABP Pensioenreglement bijsparen voor meer pensioen. Je kunt dat doen voor je FPU of ouderdomspensioen, maar je hoeft dat niet nu al aan te geven voor welk van de twee (ook verdelen is mogelijk). Dat kan straks als je met pensioen gaat. Als je daarvan gebruik wilt maken, kun je dat doen door inhouding op je salaris en ook door een eenmalige inleg. Ook je spaarloon kun je daarvoor gebruiken. Deze mogelijkheden zijn allemaal fiscaalvriendelijk, omdat de fiscus daaraan meebetaalt. Maar je kunt dit ook realiseren door gebruik te maken van het cafetariamodel.
Voor de premie(inleg) van het extra pensioen kun je alle drie de bronnen inzetten:
het persoonlijk budget
het vakantieverlof en/of
de bruto loonbestanddelen;
(bruto salaris, bruto vakantietoelage en bruto eindejaarsuitkering)
Wanneer je bijvoorbeeld maandelijks de premie wilt betalen via het salaris dan is hier geen sprake van een verlaging van het bruto salaris, maar van een inhouding, omdat het op grond van de fiscale wetgeving sowieso al mogelijk is om bijvoorbeeld salaris in te zetten voor extra pensioenopbouw.
aanmeldingsformulier bijverzekering pensioen;
Met dit formulier (zie onder: www.abp.nl) geef je een machtiging af om de premie maandelijks of eenmalig in te houden; dit gebeurt door de salarisadministratie.
Lever het (de) benodigde formulier(en) ingevuld en ondertekend in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
Je kunt de hoogte van de premie tussentijds verhogen of verlagen; ook kun je tussentijds stoppen en later weer mee gaan doen.
De fiscus stelt grenzen, waarbinnen werknemers fiscaal voordelig kunnen sparen voor FPU en voor ouderdomspensioen. Deze zogenaamde pensioenruimte kun je zelf berekenen via internet; in de rubriek “ABP ExtraPensioen” van www.abp.nl met de ABP Pensioenmeter.
Bij de Servicedesk Bedrijfsvoering ligt een ABP-folder klaar. Het spreekt voor zich, dat de personeelsadviseur en ook de medewerkers van de Servicedesk Bedrijfsvoering je graag willen helpen, met name in het geval je wat meer wilt weten over je pensioenruimte; maak dan even een afspraak.
VoorbeeldJos is 47 jaar, werkt voltijds en heeft een pensioenhiaat. Hij wil graag € 100,00 per maand inleggen voor ABPExtraPensioen. Zijn salaris is € 4.245,00 (maand januari). Voor die € 100,00 per maand (€ 1.200,00 per jaar) zet hij zijn persoonlijk budget in van € 202,90 per jaar en voor de rest (€ 997,10) jaarlijks vakantieverlof. Hiervoor moet hij dan jaarlijks zo’n 36,5 uur inleveren; het precieze aantal uren per jaar is afhankelijk van zijn salaris in de maand januari, immers wordt daarvan de waarde van zijn vakantie-uur berekend.
Bij deelname aan de spaarloonregeling kun je belastingvrij een deel van je brutoloon sparen. Het bedrag, dat in 2008 maximaal belastingvrij kan worden gespaard, bedraagt € 613,00 per jaar. Het spaarbedrag wordt gestort op een geblokkeerde spaarrekening. Gedurende 48 maanden mag je niet over de gespaarde bedragen beschikken. Doe je dat toch, dan moet je er alsnog belasting over betalen. In bepaalde gevallen, die in de spaarloonregeling staan, kun je wel geld opnemen. Dit wordt deblokkeren genoemd.
Dit is onder andere mogelijk:
bij de aankoop van een eigen woning;
bij lijfrentesparen;
bij lijfrentebeleggen;
voor het betalen van premies bij levensverzekeringen;
voor het betalen van vrijwillige premie ingevolge pensioenregelingen;
bij het starten van een eigen bedrijf;
bij verlofsparen;
bij studiekosten;
bij kinderopvang.
Deblokkeren is mogelijk via de website van de SNS Bank,www.snsbank.nl
Voor het storten binnen het spaarloon kun je alle drie de bronnen gebruiken:
het persoonlijk budget;
het vakantieverlof en/of
de bruto loonbestanddelen.
(bruto salaris, bruto vakantietoelage en bruto eindejaarsuitkering)
Ook als je al maximaal deelneemt aan de spaarloonregeling kun je meedoen via het cafetariamodel. Je kunt bijvoorbeeld je huidige maandelijkse inhouding via het salaris stop zetten en vervolgens omzetten in een jaarlijkse storting (zie onderstaand voorbeeld).
Net als bij de “Bijverzekering pensioen” (zie hiervoor) is er wanneer je bruto loonbestanddelen (bruto salaris, bruto eindejaarsuitkering en bruto vakantietoelage) inzet voor het spaarloon geen sprake van een verlaging, maar van een inhouding; dit is wettelijk geregeld.
aanmeldingsformulier voor de spaarloonregeling (tevens voor wijziging van een eerder afgesproken bedrag).
Lever het (de) benodigde formulier(en) ingevuld en ondertekend in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
VoorbeeldFrans werkt voltijds en heeft een salaris van € 2.257,00; zijn uurloon is € 14,47. Hij neemt al maximaal deel aan de spaarloonregeling middels een inhouding op zijn salaris van € 51,08 per maand. Vanaf volgend jaar (hij zou dat nu ook al kunnen doen) wil hij voor totale spaarloon van € 613,00 zijn persoonlijk budget inzetten van € 202,90 en de rest (€ 410,10) via het vakantieverlof. Hij moet hiervoor dan 28,5 (afgerond) vakantie-uren voor inleveren. Op deze manier heeft Frans dus geen inhouding meer op het salaris voor het spaarloon; daarmee stijgt zijn nettosalaris, dat naar zijn rekening gaat.
Je kunt vrije tijd kopen. In de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo (AGV) is daarvoor aangegeven, dat je maximaal 72 vakantie-uren kunt kopen. Voor deeltijders geldt dit aantal naar rato.
Je kunt ook vrije tijd verkopen. In de AGV staat, dat je de moge-lijkheid hebt om 72 vakantie-uren te verkopen. Voor deeltijders geldt dit aantal naar rato.Daarnaast kun je maximaal nog eens 21,6 uren van je leeftijds-vakantie-uren verkopen.Aan het verkopen van vakantie-uren is wel de voorwaarde verbonden, dat na de verkoop ten minste 144 uren aan vakantie-uren moeten overblijven; dit is namelijk het wettelijk minimum. Voor deeltijders geldt dit aantal naar rato.
Voor het kopen van vakantie-uren kun je alle drie de bronnen inzetten:
het persoonlijk budget;
het vakantieverlof en/of
de bruto loonbestanddelen.
(bruto salaris, bruto vakantietoelage en bruto eindejaarsuitkering)
Bij inhouding op het salaris mag dit niet zakken beneden het wettelijk minimum. Gespreide verrekening is mogelijk, maar maximaal over een tijdvak van 12 maanden na de maand van koop.
VoorbeeldPiet werkt voltijds en wil graag 36 vakantie-uren kopen. Zijn salaris bedraagt € 2.747,00. De waarde van een vakantie-uur is voor hem dus € 2.747,00 : 156 = € 17,67. De 36 vakantie-uren kosten hem dus € 636,12 bruto. Hij wil hiervoor zijn persoonlijk budget gebruiken (€ 202,90) en het restant (€ 433,22) laten inhouden op zijn salaris over 12 maanden. Per maand wordt dan € 36,10 op zijn salaris ingehouden. Door de inhouding wordt de grondslag voor de premieheffing en loonbelasting lager, waardoor dus minder loonbelasting en premies worden betaald. Dit geldt niet voor de pensioen- en IZA-premie; deze premies blijven gelijk.
Je ruilt in feite tegen geld. Voor elk vakantie-uur ontvang je een vergoeding ter hoogte van je uurloon. Op de vergoeding, die je krijgt, worden loonbelasting en premies ingehouden, waarbij de belasting-tabel bijzondere beloningen moet worden toegepast.
VoorbeeldWanneer in bovenstaand voorbeeld Piet 36 vakantie-uren wil verkopen, krijgt hij hiervoor een vergoeding van € 636,12 bruto. Hierover moet hij loonbelasting en premies betalen. De vergoeding is een eenmalige beloning, waarop het bijzonder tarief van toepassing is. Op de vergoeding wordt geen pensioen- en IZA-premie ingehouden
Zowel voor de koop als verkoop van vakantie-uren wordt de waarde bepaald aan de hand van het salaris over de maand januari in het betreffende kalenderjaar. Alleen bij indiensttreding in de loop van het kalenderjaar geldt dit later tijdstip.
koop vakantie-uren;
verkoop vakantie-uren.
Lever het (de) benodigde formulier(en) ingevuld en ondertekend in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
Indien je het persoonlijk budget in enig jaar niet wenst in te zetten voor een bepaald doel, maar wilt sparen (reserveren) voor een besteding in een ander jaar dan kan dat, mits je dit van tevoren (vóór 1 november aangegeven. Omdat je jaarlijks recht hebt op je persoonlijk budget is het fiscaal zo, dat indien je niet aangeeft af te zien van betaling in het lopende jaar, dat dan het bedrag fiscaal is “genoten”. Dat betekent, dat loonbelasting en premies zijn verschuldigd over het nog niet betaalde bedrag.Het persoonlijk budget kan maximaal over drie opeenvolgende kalenderjaren worden opgespaard; ook kan dat voor een gedeelte van het persoonlijk budget. Wanneer je vóór 1 november van het derde kalenderjaar jaar het bedrag van het gespaarde persoonlijk budget niet hebt besteed aan een bepaald doel, wordt het automatisch in de maand december van dat jaar uitbetaald. Bij uitdiensttreding wordt het gespaarde persoonlijk budget uitbetaald. Uitbetaling gebeurt wel met inhouding van loonbelasting en premies (bijzonder tarief).
sparen persoonlijk budget.
Lever het (de) benodigde formulier(en) ingevuld en ondertekend in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
VoorbeeldMarjolein heeft een fulltime betrekking. Zij heeft in oktober 2002 een pc gekocht middels het cafetariamodel. Over drie jaar wil zij een fiets aanschaffen fiscaal vriendelijk middels het cafetariamodel. Daarom besluit zij haar persoonlijk budget over de jaren 2003 t/m 2005 op te sparen, in totaal dus € 608,70 en dat bedrag dan in november 2005 in te zetten voor haar fiets.
Indien je wenst, kun je het persoonlijk budget (of een gedeelte ervan) laten uitbetalen (met uitzondering van loonbelasting en premies volgens het bijzonder tarief) in de maand december van ieder jaar.
uitbetalen persoonlijk budget.
Lever het (de) benodigde formulier(en) ingevuld en ondertekend in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
VoorbeeldOtto (voltijder) wil zijn persoonlijk budget (€ 202,90 bruto) dit jaar graag laten uitbetalen. Zijn tarief bijzondere beloningen bedraagt 42%. Netto betekent deze uitbetaling, dat hij dus € 117,68 ontvangt. Als Otto voor de pseudo WW-premie nog niet het maximum heeft betaald, wordt het nettobedrag nog minder.
Sociale partners adviseren gemeenten de vakbondscontributie aan te merken als bestedingsmogelijkheid in het gemeentelijk cafetariamodel.Deze regeling heeft als doel om de medewerker die lid is van een vakbond in de gelegenheid te stellen om de door hem betaalde kosten voor het vakbondslidmaatschap binnen de fiscale kaders te ruilen met belaste beloningsbestanddelen. Door deze kosten in te ruilen geniet de medewerker een financieel voordeel. De kosten van het vakbondslidmaatschap worden daardoor lager voor de medewerker.
De medewerker is lid van een vakbond en
De medewerker beschikt over een betalingsbewijs van de betaalde vakbondscontributie in een kalenderjaar. Dit is de factuur of het betalingsbewijs dat opgevraagd kan worden bij de vakbond. De medewerker kan ook volstaan met het overleggen van bank- of giro afschriften. Voor de belastingdienst moet aangetoond worden dat de contributie ook daadwerkelijk betaald is.
Voor de vakbondscontributie kun je alle drie de bronnen gebruiken:
het persoonlijk budget,
het vakantieverlof en/of
de bruto loonbestanddelen
(bruto salaris, bruto vakantietoelage en bruto eindejaarsuitkering).
VoorbeeldDe vakbondscontributie voor Klaas bedraagt € 120,00 per jaar. De maandelijkse bezoldiging van Klaas in 2005 bedraagt € 2.000. Klaas verlaagt zijn maandelijkse bezoldiging met € 10,00 in ruil voor een onbelaste vergoeding voor zijn vakbondscontributie. Het voordeel bedraagt per jaar ongeveer € 48,00 (€ 4,00 per maand) zodat per saldo zijn lidmaatschap nog maar € 72,-- (€120,00 - € 48,00) kost.
Wat bouwen we op : per jaar 2,05% van het jaarsalaris.Stel: het pensioengevende loon van de medewerker (35 jaar) bedraagt € 34.000,00.
Berekening opbouw:
€ 34.000,00
Franchise ABP:
€ 9.600,00
Blijft:
€ 24.400,00 maal 2,05 % = een opbouw van € 500,00.
Wat mogen we fiscaal maximaal opbouwen: per jaar 2.25% van het jaarsalaris.
Berekening toegestane opbouw:
€ 34.000,00
Wettelijke franchise:
€ 11.566,00
Blijft:
€ 22.434,00 maal 2.25 % Een toegestane opbouw van € 505,00.
De fiscale jaarruimte binnen de pensioenregeling van het ABP is het verschil, dus € 5,00.Voor de berekening van de fiscale ruimte gaat men uit van een pensioenopbouw van 100% van het laatst verdiende loon.Verlaging van de loonbestanddelen zou bij deze medewerker kunnen met maximaal: het verschil tussen toegestane opbouw en feitelijke opbouw (€ 5,00, delen door het opbouwpercentage (2,05) en vermenigvuldigen met 100 (toegestane pensioenopbouw 100% van het laatstverdiende loon), dus 5/2,05*100 = € 243,90. De ruimte is voldoende om bruto loonbestanddelen te verlagen voor de onbelaste vakbondcontributie van bijv. € 120,00 per jaar.Medewerkers die al op individuele basis bijsparen voor pensioen bij het ABP moeten extra alert zijn dat fiscale grenzen niet worden overschreden op het moment dat zij de vakbondscontributie fiscaal vriendelijk willen inzetten.
Voor het inzetten van de vakbondscontributie hebben we het formulier:
aanpassing arbeidsvoorwaarden voor inzet vakbondscontributie.
Lever het (de) benodigde formulier(en) ingevuld en ondertekend in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
Bedrijfsfitness is met ingang van 1 januari 2009 nieuw in het cafetariamodel. Je kunt deelnemen aan bedrijfsfitness mits het gaat om conditie- of krachttraining. Andere sporten, zoals tennis of zaalvoetbal komen niet in aanmerking, ondanks positief advies van arbeidsdeskundigen. Daarnaast dient de deelneming voor nagenoeg alle werknemers (= 90%) van een bepaalde arbeidsplaats open te staan. Tot slot dient de fitness plaats te vinden op de werkplek of op een vaste door de werkgever aangewezen locatie die geldt voor alle werknemers of voor alle werknemers met dezelfde arbeidsplaats.
Tot 1 januari 2007 gold ook de voorwaarde dat de fitness moest plaatsvinden gedurende de werktijd. Deze voorwaarde bleek in de praktijk voor werkgevers een drempel te zijn om belastingvrije fitness te introduceren. Hiervoor in de plaats is de voorwaarde over de locatie gekomen.
Verder stelt de fiscus dat wanneer een bedrijf meer dan een vestiging (= arbeidsplaats) heeft, de laatstgenoemde mogelijkheden per vestiging gelden. Dit betekent dat wij als gemeente zijnde per arbeidsplaats een fitnesscentrum mogen aanwijzen of een overeenkomst kunnen sluiten met één fitnessbedrijf op grond waarvan de werknemers kunnen fitnessen in elke vestiging van dat fitnessbedrijf.
Overeenkomstig de regels van de fiscus hebben wij afspraken gemaakt met een tweetal fitnessbedrijven, te weten: Bedrijfsfitness Limburg en Controlfit. Beiden fitnesscentra hebben een samenwerkingsverband afgesloten met meerdere fitnesscentra, in totaal ca. 50 verschillende fitnesscentra. De abonnementkosten voor bedrijfsfitness mogen vervolgens worden uitgeruild, waarbij het fiscaal voordeel afhankelijk is van het individuele loonbelastingtarief.
Meer informatie over de deelnemende fitnesscentra of de abonnementkosten is terug te vinden via p-info.
Voor deelname aan bedrijfsfitness kun je alle drie de bronnen gebruiken:
het persoonlijk budget;
het vakantieverlof en/of
de bruto loonbestanddelen
(bruto salaris, bruto vakantietoelage en de bruto eindejaarsuitkering).
Als medewerker zijnde meld je je uiterlijk 2 maanden van tevoren aan voor deelname aan bedrijfsfitness door invulling en ondertekening van het aanmeldformulier en het formulier aanpassing arbeidsvoorwaarden voor deelname aan bedrijfsfitness. Na inlevering van beide formulieren bij de Servicedesk Bedrijfsvoering draagt deze zorg voor aanmelding bij een van de twee fitnessbedrijven.Het fitnessbedrijf zorgt vervolgens voor aanmelding bij het desbetreffende fitnesscentra, waarna je wordt uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek.
Uiterlijk 3 maanden voor het einde van je abonnement dien je bij de Servicedesk Bedrijfsvoering aan te geven dat je wilt stoppen met bedrijfsfitness. Deze zorgt vervolgens voor afmelding bij het desbetreffende fitnessbedrijf. Indien je niet tijdig aangeeft te willen stoppen met bedrijfsfitness zal er automatisch een nieuw jaarcontract ingaan, en zit je er dus voor nog een jaar aan vast.
aanmeldformulier;
aanpassing arbeidsvoorwaarden voor deelname bedrijfsfitness.
Het formulier aanpassing arbeidsvoorwaarden voor deelname bedrijfsfitness dient jaarlijks voor ingang van het nieuwe fiscale jaar, uiterlijk 1 december, ingeleverd te worden. Het niet, of te laat inleveren van een nieuw formulier heeft consequenties voor het maximum aan fiscaal voordeel.
Lever het (de) benodigde formulier(en) ingevuld en ondertekend in bij de Servicedesk Bedrijfsvoering.
VoorbeeldDe fitnesscontributie voor Henk bedraagt € 37,50 per maand. Henk kiest ervoor dit bedrag te laten afschrijven via zijn brutoloon. Op deze manier betaalt Henk netto tussen de € 18,- en € 25,- per maand (minimaal 35%).Kanttekening hierbij is dat het verlagen van het brutoloon negatieve gevolgen kan hebben voor de hoogte van salarisafhankelijke uitkeringsrechten zoals de eindejaarsuitkering, de vakantietoelage, de loondoorbetaling bij ziekte, etc. (zie bron 3, pagina 9).