In afwijking van het bepaalde in artikel 6:1:1, eerste lid, en onverminderd het bepaalde in de artikelen 6:2:4, eerste lid, en 6:2:6:1 wordt de in enig kalenderjaar niet verleende vakantie overgeschreven naar het volgend kalenderjaar tot een maximum van 80 uren. Bij een deeltijdbetrekking wordt evengenoemd maximum bepaald naar evenredigheid.