De aan de ambtenaar toekomende vermeerdering van de vakantie krachtens het bepaalde in artikel 6:2:1, derde lid kan op diens verzoek worden vergoed in geld met een maximum van 21,6 uur. De vergoeding is gelijk aan het uurloon van de ambtenaar bij aanvang van het kalenderjaar, waarop de vergoeding van de vakantie-uren betrekking heeft, voor elk daarvoor in aanmerking komend vakantie-uur.
De in het eerste lid bedoeld verzoek dient te worden gedaan aan het college voor 1 oktober voorafgaande aan het kalenderjaar waarop de vergoeding van de vakantie-uren betrekking heeft.