Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15:1:32:3

Vertrouwenspersoon ongewenst gedrag

Onderdeel van CAR/UWO

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: bevoegd gezag:college van burgemeester en wethouders; vertrouwenspersoon:persoon of functionaris tot wie klager zich kan wenden voor advies, ondersteuning of bemiddeling wanneer deze meent slachtoffer te zijn van ongewenst gedrag; klager:een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager van de gemeente, die werkzaam is of werkzaam is geweest in de organisatie van de gemeente Venlo en die zich wendt tot de vertrouwenspersoon ongewenst gedrag; ongewenst gedrag:gedrag dat valt binnen de begrippen seksuele intimidatie, agressie en pesten zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, sub e van de Arbeidsomstandighedenwet, alsmede discriminatie zoals bedoeld in de Algemene wet gelijke behandeling; aangeklaagde:een persoon, niet zijnde een politieke ambtsdrager van de gemeente, die werkzaam is of werkzaam is geweest in de organisatie van de gemeente en over wiens gedrag geklaagd wordt; commissie:de Klachtencommissie ongewenst gedrag voor de gemeentelijke overheid. Behandeling van een klacht over ongewenst gedrag vindt plaats volgens artikel 15:1:32:2. Het bevoegd gezag benoemt met instemming van de ondernemingsraad twee vertrouwenspersonen, waarvan één vrouw. Buiten het recht bij de commissie een klacht in te dienen, kan klager zich wenden tot de vertrouwenspersonen. De vertrouwenspersonen hebben tot taak degenen die zich met klachten over ongewenst gedrag tot hen wenden te ondersteunen en te adviseren door onder andere: te fungeren als aanspreekpunt; het op verzoek ondernemen van actie, in de vorm van bemiddeling, ter voorkoming of bestrijding van ongewenst gedrag; het eventueel doorverwijzen naar andere hulpverlenende instanties binnen of buiten de gemeente; het adviseren omtrent de mogelijkheid en wenselijkheid van het indienen van een klacht bij de commissie; de nazorg van personen, die met ongewenst gedrag zijn geconfronteerd. De vertrouwenspersonen dienen zich aan de volgende instructies te houden: zij zullen in alle gevallen zorgvuldigheid betrachten met het oog op de belangen van de direct betrokkenen en van alle eventueel bij ongewenst gedrag betrokken andere personen; zij zullen alleen actie ondernemen met toestemming van degene die zich tot hen wendt in verband met ongewenst gedrag; zij zullen niet op eigen initiatief informatie bij derden inwinnen; Zij gaan niet in op geruchten over ongewenst gedrag. De vertrouwenspersonen kunnen aan het bevoegd gezag signalen afgeven over knelpunten in de uitvoering van het beleid ter voorkoming en bestrijding van ongewenst gedrag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel