Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3a:2:6:1

Periodieke verhoging van het salaris

Onderdeel van CAR/UWO

Het salaris van de ambtenaar wordt binnen de voor hem geldende salarisschaal periodiek verhoogd tot het naasthogere bedrag. De periodieke verhogingen worden toegekend aan de ambtenaar die het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na een jaar. Het salaris wordt wanneer het maximumsalaris is bereikt en de salarisschaal dat aangeeft, verhoogd op de wijze zoals daarbij is vermeld. Voor de toepassing van het bepaalde in het tweede of derde lid telt niet mede: de tijd, doorgebracht met verlof buiten genot van bezoldiging voor niet langer dan één jaar, indien zulks met toepassing van artikel 6:4:4 nadrukkelijk is bepaald; de tijd, doorgebracht met verlof buiten genot van bezoldiging, voor zover deze een tijdvak van een jaar te boven gaat; de tijd, gedurende welke de ambtenaar in de uitoefening van zijn functie is geschorst: bij wijze van disciplinaire straf; op grond van het feit, dat tegen hem een strafrechtelijke vervolging wegens misdrijf is ingesteld, of hem door het daartoe bevoegde gezag het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag te kennen is gegeven, of hem van de oplegging van deze straf mededeling is gedaan, dan wel dat hij in verzekering is gesteld of zich in voorlopige hechtenis bevindt; in het belang van de dienst. Het college kan beslissen, dat het bepaalde in het vierde lid, onder b en c, sub 3, geen toepassing vindt. Indien vaststaat, dat een schorsing als bedoeld in het vierde lid, onder c, sub 2, niet door het ten uitvoer leggen van een straf is gevolgd noch zal worden gevolgd, telt de tijd van deze schorsing alsnog mee voor de toepassing van het bepaalde in het tweede of derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel