Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 15:1e:1:1

Nevenwerkzaamheden

Onderdeel van CAR/UWO

De medewerker met een aanstelling of arbeidsovereenkomst ingevolge de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Venlo, die nevenwerkzaamheden verricht of wil gaan verrichten waarvan hij in redelijkheid kan vermoeden dat die de belangen van de dienst, voor zover deze in verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken, is verplicht die nevenwerkzaamheden te melden bij zijn afdelingshoofd. Het afdelingshoofd meldt zijn hier bedoelde nevenwerkzaamheden aan de secretaris. De secretaris meldt zijn hier bedoelde nevenwerkzaamheden aan de burgemeester Nevenwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1, kunnen onder meer bestaan uit het uitoefenen van een eigen bedrijf, het als zelfstandige al dan niet tegen betaling verlenen van diensten of geven van adviezen, waaronder begrepen het lidmaatschap van door overheidsorganen ingestelde commissies, het toetreden tot besturen van verenigingen of maatschappelijke organisaties en het verrichten van vrijwilligerswerk. Onder nevenwerkzaamheden in de zin van deze regeling wordt niet verstaan een politieke functie, zijnde een vertegenwoordigende functie in een publiekrechtelijke college, zoals bedoeld in artikel 125 c van de Ambtenarenwet. Indien de medewerker en zijn afdelingshoofd, respectievelijk het afdelingshoofd en de secretaris, dan wel de secretaris en de burgemeester in gezamenlijk overleg tot de conclusie komen, dat de gemelde nevenwerkzaamheden geen risico inhouden voor de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, kan met de gedane melding worden volstaan. Het afdelingshoofd, respectievelijk de secretaris dan wel de burgemeester bevestigt schriftelijk dat hij geen bezwaren ziet. Indien twijfel bestaat over een mogelijk risico, als bedoeld in artikel 3, dan wel geoordeeld wordt, dat door de uitoefening van de nevenwerkzaamheden de goede vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staan met de functievervulling, niet in redelijkheid is verzekerd en de medewerker de (beoogde) nevenwerkzaamheden wil (blijven) verrichten, dient de aangelegenheid door de betrokken werknemer voor een standpuntbepaling aan het college te worden voorgelegd. Daarbij dient een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving te worden gegeven van de aard en de omvang van de (beoogde) nevenwerkzaamheden, alsmede informatie over de vraag of die werkzaamheden al dan niet geheel in vrije tijd (zullen) worden verricht en of al dan niet sprake is van betaalde nevenwerkzaamheden. Het verzoek om een standpuntbepaling, als bedoeld in het eerste lid, dient vergezeld te gaan van de visie van het afdelingshoofd, respectievelijk de secretaris, dan wel de burgemeester betreffende de (eventuele) consequenties van de verrichte of de beoogde nevenwerkzaamheden voor de functievervulling en of de functionering van de openbare dienst. Ook dient daarbij vermeld te worden de eventuele wenselijkheid van het stellen van voorwaarden. Indien nevenwerkzaamheden geheel of gedeeltelijk tijdens diensttijd worden verricht, dient daarvoor vakantieverlof te worden opgenomen. Voor nevenwerkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, die naar het oordeel van het college van voldoende meerwaarde zijn voor de functievervulling of anderszins van voldoende belang zijn voor de gemeente kan op verzoek van de medewerker buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging worden verleend. Indien de medewerker tijdens de verlofperiode als bedoeld in het tweede lid voor het nevenwerk een vergoeding ontvangt, niet zijnde een vergoeding voor gemaakte kosten, dient de vergoeding in de gemeentekas te worden gestort. De vergoeding, die ingevolge dit lid in de gemeentekas dient te worden gestort, gaat het bedrag van de bezoldiging over de met het verlof overeenkomende tijd niet te boven. Onder nevenwerkzaamheden, bedoeld in dit artikel, worden ook nevenwerkzaamheden begrepen, die niet onder de meldplicht vallen van dit reglement. Binnen 8 weken nadat het in artikel 4 bedoelde verzoek is ontvangen, bepaalt het college een standpunt naar aanleiding van dat verzoek. Bij de oordeelsvorming van het college met betrekking tot de toelaatbaarheid van de verrichte of beoogde nevenwerkzaamheden zullen in elk geval de volgende criteria worden gehanteerd: onoorbare belangenverstrengeling; botsing van belangen; schade aan het aanzien van het ambt. Het college kan aan het verrichten van nevenwerkzaamheden voorwaarden verbinden die naar zijn oordeel noodzakelijk zijn om de goede functievervulling of de goede functionering van de openbare dienst te waarborgen. Van de besluiten op verzoeken om een standpuntbepaling, als bedoeld in artikel 4 wordt een register aangelegd. Het register wordt onder verantwoordelijkheid van het college namens hem beheerd door of namens de teamleider p&o. Het doel van de registratie is het verzamelen en registreren van gegevens inzake door medewerkers verrichte nevenwerkzaamheden ten behoeve van de voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk beleid inzake handhaving en bevordering van de integriteit van de gemeente en zijn medewerkers. In het register worden opgenomen, naam, voornamen en functie, van degene die een verzoek om een standpuntbepaling als bedoeld in artikel 4 heeft ingediend, de datum van het verzoek, de aard en omvang van de nevenwerkzaamheden en de beslissing van het college. Rechtstreekse toegang tot de registratie heeft uitsluitend de beheerder, het afdelingshoofd en de door hem aangewezen medewerkers van het team p&o, alsmede de afdelingshoofden voor zover het betreft informatie over nevenwerkzaamheden van binnen hun afdeling werkzame medewerkers. Verstrekking van in het register opgenomen gegevens aan andere instanties of personen dan degene op wie de gegevens betrekking hebben vindt uitsluitend plaats op basis van een besluit van het college. Daarbij worden de bepalingen van de van toepassing zijnde privacywetgeving in acht genomen. De medewerker heeft te allen tijde het recht op inzage van de over hem in het register opgenomen gegevens. Ter beveiliging van de in het register opgenomen gegevens, tegen verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming wijziging of verstrekking daarvan worden door of vanwege de beheerder technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen getroffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel