Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
Medewerker:de ambtenaar bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a en artikel 1:2, onderdeel c, d, e, g, h van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo, alsmede de persoon die anders dan op basis van aanstelling of een arbeidsovereenkomst bij de gemeente Venlo werkzaam is;
Vertrouwenspersoon:functionaris die als zodanig door het college is aangewezen, tot wie de medewerker zich kan wenden inzake:
het vermoeden van een misstand;
ongewenst gedrag;
een organisatieontwikkeling;
Vermoeden van een misstand:een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de gemeentelijke organisatie waar de medewerker werkzaam is omtrent:
een strafbaar feit;
een schending van regelgeving of beleidsregels;
het misleiden van justitie;
een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, of;
het bewust achterhouden van informatie over deze feiten;
Ongewenst gedrag:gedrag dat valt binnen de begrippen seksuele intimidatie, agressie en pesten zoals bedoeld in artikel 1, derde lid, sub e van de Arbeidsomstandighedenwet, alsmede discriminatie zoals bedoeld in de Algemene wet gelijke behandeling;
Organisatieontwikkeling:voorgenomen besluiten, definitieve besluiten en handelingen betreffende wijziging van de organisatiestructuur, taken en bevoegdheden, uitvoering sociaal statuut en sociaal plan en communicatie hierover richting medewerkers.
Klachtencommissie ongewenst gedrag:Externe commissie, die klachten over ongewenst gedrag behandelt conform artikel 15:1:32:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo.
College:burgemeester en wethouders van Venlo
Het college benoemt, met instemming van de ondernemingsraad, ten minste twee vertrouwenspersonen.
Eén van de vertrouwenspersonen is een vrouw.
De vertrouwenspersoon heeft de volgende algemene taken:
het fungeren als aanspreekpunt en klankbord voor personen die vragen en/ of problemen hebben op het gebied van integriteit;
het gevraagd of ongevraagd geven van advies aan het college, de gemeentesecretaris, afdelingshoofden of de ondernemingsraad op het gebied van integriteit;
het meewerken aan het geven van voorlichting binnen de gemeente over integriteit.
De vertrouwenspersoon heeft de volgende specifieke taken bij de melding van een vermoeden van een misstand:
het informeren van een medewerker over de verschillende mogelijkheden die er zijn bij de behandeling van een melding van een vermoeden van een misstand;
het begeleiden van de medewerker bij het doorlopen van de interne en /of externe meldingsprocedure (waaronder het zo goed mogelijk formuleren van de melding);
het jaarlijks geanonimiseerd rapporteren over de aard en omvang van de gesprekken, meldingen en ondernomen werkzaamheden aan het college.
De vertrouwenspersoon heeft de volgende specifieke taken bij de melding van ongewenst gedrag:
het informeren van een medewerker over de verschillende mogelijkheden die er zijn bij de behandeling van een klacht over ongewenst gedrag;
Het begeleiden van een medewerker bij het indienen van een klacht bij de klachtencommissie ongewenst gedrag;
Het eventueel doorverwijzen naar hulpverlenende instanties binnen of buiten de gemeente.
De vertrouwenspersoon heeft de volgende specifieke taken bij aangelegenheden over de organisatieontwikkeling:
het adviseren van de medewerker;
het begeleiden van de medewerker en op diens verzoek bemiddelen;
Met toestemming van de medewerker rapporteren aan diens leidinggevende en / of personeelsadviseur.
De vertrouwenspersoon houdt zich aan de volgende gedragsregels:
betracht in alle gevallen de zorgvuldigheid met het oog op de belangen van de medewerker en de organisatie;
de vertrouwenspersoon houdt de identiteit van de medewerker die met een klacht of een melding komt -op diens verzoek- geheim en gaat hiermee uiterst zorgvuldig om;
de vertrouwenspersoon heeft een geheimhoudingsplicht en geeft geen informatie aan derden binnen of buiten de organisatie en de vertrouwenspersoon onderneemt geen activiteiten zonder toestemming van de medewerker die zich tot hem, in de functie van vertrouwenspersoon, heeft gewend. De enige uitzondering hierop vormt het geval waarin de vertrouwenspersoon op de hoogte wordt gebracht van misdrijven waarvoor op grond van de artikelen 160 en 162 van het Wetboek van Strafvordering een aangifteplicht bestaat. De vertrouwenspersoon is dan – in het uiterste geval – zelf verplicht het misdrijf intern te melden bij het bevoegd gezag van de aangesloten organisatie.
Het college kan de vertrouwenspersoon niet verplichten om informatie te geven of te getuigen over zaken die hem in zijn functie van vertrouwenspersoon bekend zijn geworden.
De vertrouwenspersoon wordt op geen enkele wijze benadeeld als gevolg van het uitoefenen van de taken als genoemd in de artikelen 3 en 4. De vertrouwenspersoon geniet de bescherming als genoemd in artikel 17 van de Regeling melding vermoeden misstand.