Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4:2:1:1

Arbeidsduur, werktijden en arbeidsduurverkorting

Onderdeel van CAR/UWO

Deze regeling verstaat onder medewerker: degene, die ambtenaar is in de zin van de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Venlo; degene, met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten. De arbeidsduur per jaar, bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onder j bedraagt 1806 uur. De feitelijke arbeidsduur per week van maandag tot en met vrijdag bedraagt 40 uur. Op een werkdag, bedoeld in het tweede lid, bedraagt de arbeidsduur 8 uur. Het bepaalde in de voorgaande leden geldt voor een medewerker met een volledige betrekking. Voor de medewerker met een deeltijdbetrekking geldt het vorenstaande naar evenredigheid. De medewerker met een volledige betrekking kan het afdelingshoofd verzoeken de voor hem geldende formele arbeidsduur van gemiddeld 36 uur per week in te roosteren met een vast werkpatroon over de werkdagen maandag tot en met vrijdag, bestaande uit vier dagen van 9 uur of vijf dagen van 8 uur in de ene week en vier dagen van 8 uur in de volgende week of variaties daarop. De feitelijke arbeidsduur per week van maandag tot en met vrijdag bedraagt gemiddeld 36 uur. Op een werkdag, bedoeld in het tweede lid, bedraagt de arbeidsduur maximaal 9 uur. Door het afdelingshoofd wordt alleen dan aan de medewerker toestemming verleend zijn werktijden in te roosteren, als bedoeld in het eerste lid, indien een voldoende bezetting, een on-gestoorde voortgang van het werk en de kwaliteit van de dienstverlening aan de burger, gewaarborgd zijn. De medewerker kan eenmaal per jaar, vóór 1 november, een verzoek als bedoeld in het eerste lid indienen, waarbij de periode voor aanpassing en inroostering minimaal een jaar geldt. Een eenmaal gemaakte keuze kan tussentijds niet gewijzigd worden. Dit artikel is niet van toepassing op de medewerker waarvoor volgens rooster of anderszins vaste werktijden gelden. Voor zover door het college niet anders is bepaald, geldt voor de medewerker een variabele werktijdenregeling. De tijden, waarop de medewerker op de voor hem geldende werkdagen aanwezig moet zijn, belopen van 09.00 tot 12.00 uur en van 14.00 tot 16.00 uur (bloktijden). De vroegst mogelijke begintijd is om 07.30 uur en de laatst mogelijke eindtijd is 18.00 uur. De glijtijden liggen met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid en artikel 6 tussen: 07.30 en 09.00 uur; 12.00 en 14.00 uur; 16.00 en 18.00 uur. De feitelijke werktijd per werkdag van de medewerker met een volledige betrekking en een arbeidsduur als bedoeld in artikel 2, bedraagt minimaal 7½ en maximaal 8½ uur. De feitelijke werktijd per werkdag van de medewerker met een volledige betrekking en een arbeidsduur als bedoeld in artikel 3, bedraagt minimaal 7½ en maximaal 9½ uur. De middagpauze bedraagt minimaal een half uur en kan naar verkiezing tussen 12.00 en 14.00 uur worden gehouden. In geval van situaties, zoals doktersbezoek, dienstreis, cursus, etc., dient voor de bepaling van de werktijd in die gevallen te worden uitgegaan van de fictieve aanvangstijden: 08.00 en 13.30 uur en de fictieve eindtijden 12.15 en 17.15 uur. Overschrijving van saldi is mogelijk tot ten hoogste 4 uur positief en 2 uur negatief. Bij het einde van elke kalendermaand is een negatief saldo niet toegestaan; een positief saldo mag niet worden overgeschreven naar de volgende kalendermaand. Voor zover nodig, worden de werktijden en de bloktijden van de medewerker met een deeltijdbetrekking in afwijking van het bepaalde in de regeling vastgesteld door het afdelingshoofd of de direct leidinggevende. In geval van bijzondere hoge binnen/buiten temperatuur in relatie met de huisvesting kan het afdelingshoofd in overleg met de gemeentesecretaris besluiten tot instelling van een tropenrooster. De werktijden in dat rooster zijn van 07.00 tot 13.00 uur. Het hierdoor ontstane negatieve werktijdensaldo dient voor het einde van het betreffende kalenderjaar te zijn vereffend.Deelname aan het tropenrooster geschiedt op vrijwillige basis in overleg met het afdelingshoofd. Voor de medewerker op wie het bepaalde in artikel 2 van toepassing is, bedraagt de ADV op jaarbasis 200,8 uur (25,1 dagen van 8 uur). Tijdens verhindering de betrekking te vervullen wegens ziekte vindt geen opbouw van ADV plaats. De ADV, bedoeld in artikel 11, wordt per kalenderjaar als volgt ingevuld: 56 uur (7 dagen) worden in overeenstemming met de Ondernemingsraad vastgelegd als zogenaamde brugdagen (collectieve sluitingsdagen); 144 uur (18 dagen) worden toegevoegd aan de vakantie van de medewerker; de regels met betrekking tot de vakantie zijn hierop onverkort van toepassing; De medewerker die op een brugdag, als bedoeld in artikel 12, sub a, reeds vrij is van dienstverrichting ingevolge of krachtens aanspraken uit de AGV, heeft geen recht op compensatie. In het geval de medewerker op een brugdag wordt verplicht tot dienstverrichting is er sprake van overwerk, als bedoeld in artikel 3:2 van de AGV Het bepaalde in deze paragraaf geldt voor de deeltijder met inachtneming van het bepaalde in artikel 1:5 van de AGV naar evenredigheid van de omvang van zijn deeltijdbetrekking. De deeltijder, die met de toepassing van het bepaalde in artikel 13 de voor hem geldende brugdagen in onvoldoende mate kan compenseren, dient dit tekort aan te vullen door middel van een van de navolgende mogelijkheden: Inlevering van salaris, of Compensatie in werktijd. De medewerker op wie het bepaalde in artikel 3 van toepassing is en die op een of meer van de jaarlijks vastgelegde brugdagen is ingeroosterd, dient het tekort aan feitelijke arbeidsduur aan te vullen door middel van een van de navolgende mogelijkheden: Inlevering van salaris, of Compensatie in werktijd

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel