Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4:1:1:1

Werktijdenregeling

Onderdeel van CAR/UWO

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: Medewerker: De ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, sub a van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo, alsmede uitzendkrachten, detacheringskrachten, stagiaires en personen die anderszins werkzaam zijn bij de werkgever. Bedrijfstijden: De tijden waarin medewerkers op kantoor werkzaamheden kunnen verrichten. Contacttijden: Tijdsblokken die de leidinggevende kan aanwijzen waarop de medewerker aanwezig, beschikbaar of bereikbaar moet zijn; Feitelijke arbeidsduur: Het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid heeft verricht. Formele arbeidsduur: De volgens de aanstelling vastgestelde omvang van het aantal uren dat de medewerker in een bepaalde periode arbeid moet verrichten. De werktijdenregeling is van toepassing op alle medewerkers. De regeling bestaat uit een standaard- en een bijzondere regeling. De standaardregeling geldt voor de medewerkers die zelf regelruimte hebben voor het bepalen van hun werktijden. Paragraaf 2 van deze regeling is uitsluitend van toepassing op deze medewerkers. De bijzondere regeling is van toepassing op medewerkers waarvoor de individuele werktijden eenzijdig door de werkgever worden vastgesteld. Het college bepaalt welke functiegroep(en) onder de bijzondere regeling vallen. Deze functiegroep(en) en functies zijn opgenomen in Bijlage A van deze regeling. Paragraaf 3 van deze regeling is uitsluitend van toepassing op de medewerkers die deze functies uitoefenen. De formele arbeidsduur bedraagt bij een voltijd dienstverband gemiddeld 36 uur per week en 1806 uur per jaar. Bij een deeltijd dienstverband is de formele arbeidsduur per week het aantal uren dat in de aanstelling is vermeld. De formele arbeidsduur per jaar wordt naar rato berekend. De feitelijke arbeidsduur kan afwijken van de formele arbeidsduur, met inachtneming van hoofdstuk 4 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo. De feitelijke arbeidsduur bedraagt bij een voltijd dienstverband gemiddeld 40 uur per week. Hierdoor bouwt de medewerker op jaarbasis 200,8 uur compensatieverlof op. Bij een deeltijd dienstverband wordt de feitelijke arbeidsduur (en het compensatieverlof) naar rato berekend. Het compensatieverlof wordt naar rato verminderd met de uren waarop de medewerker wegens ziekte is verhinderd om zijn dienstbetrekking te vervullen. Compensatieverlof dat is verbruikt, maar naderhand wegens ziekte niet toereikend blijkt te zijn, wordt aangevuld met: Compensatie in werktijd, of Vakantieverlof. Het compensatieverlof wordt opgenomen in hetzelfde jaar waarin het is opgebouwd. Niet opgenomen compensatieverlof vervalt. De 200,8 uren compensatieverlof worden toegevoegd aan het vakantieverlof, nadat maximaal 7 -in overeenstemming met de Ondernemingsraad- door het college vastgestelde collectieve sluitingsdagen (56 uur) hierop in mindering zijn gebracht. Dit zijn de brugdagen. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op de medewerker waarmee afspraken zijn gemaakt over een werkpatroon waarbij geen compensatieverlof wordt opgebouwd. De medewerker die verplicht moet werken op een brugdag, komt in aanmerking voor een vergoeding op grond van artikel 3:8 Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo wanneer hij onder de standaardregeling valt. De medewerker waarop de bijzondere regeling van toepassing is, komt in aanmerking voor de overwerkvergoeding ingevolge artikel 3:2 Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo. De medewerker die een of meerdere brugdagen onvoldoende kan compenseren doordat hij geen of te weinig compensatieverlof opbouwt, dan wel het compensatieverlof reeds heeft verbruikt, dient het tekort aan feitelijke arbeidsduur aan te vullen door middel van één van de navolgende mogelijkheden: Inlevering van salaris, of Compensatie in werktijd. De werktijd bedraagt per dag maximaal 11 uren. De arbeidsduur bedraagt ten hoogste 50 uren per week. De medewerker die tussen de 5,5 uur en 10 uur per dag werkt, dient ten minste een half uur pauze te nemen. De pauzetijd kan ineens of in 2 delen worden opgenomen. Wanneer een medewerker meer dan 10 uur per dag werkt, heeft hij ten minste recht op 45 minuten pauze. De pauzetijd moet minimaal in 2 delen worden opgenomen. De bedrijfstijd is op maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur. De leidinggevende stelt de contacttijden in samenspraak met zijn medewerkers vast. Doktersbezoek, tandartsbezoek, ziekenhuisbezoek, e.d. dienen buiten werktijden plaats te vinden. Wanneer het niet mogelijk is om een bezoek als bedoeld in het eerste lid buiten de werktijden plaats te laten vinden, treden leidinggevende en medewerker in overleg om tot een passende oplossing te komen. Medewerkers kunnen werkzaamheden verrichten binnen het dagvenster van maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 uur en 22.00 uur. De leidinggevende is verantwoordelijk voor de bezetting van de afdeling. Eenmaal per jaar worden basisafspraken gemaakt tussen de leidinggevende en de medewerker over de werktijden, verlof en werkplanning binnen het dagvenster. Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd en opgenomen in het jaarplan. Uitgangspunt bij het maken van de basisafspraken over werktijden is een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering, een goede procesgang van de werkzaamheden op de afdeling, bereikbaarheid voor interne en externe klanten en een optimale samenwerking op en tussen de afdelingen, waarbij rekening wordt gehouden met de balans tussen werk en privé van de medewerker. Bijstelling van de afspraken kan in overleg plaatsvinden. Jaarlijks worden de basisafspraken over werktijden, verlof en werkplanning tenminste twee maal geëvalueerd. Deze evaluatie vindt in ieder geval plaats tijdens het jaarlijkse voortgangsgesprek. Wanneer de medewerker binnen het dagvenster werkzaamheden moet verrichten buiten de afgesproken werktijden, wordt de gewerkte tijd op een ander moment gecompenseerd. De leidinggevende en de medewerker maken samen afspraken om de tijd op korte termijn te compenseren. Deze uren kunnen niet opgespaard worden of worden omgezet in vakantie-uren. De medewerker maakt op eigen initiatief met de leidinggevende afspraken over de plaats waar hij zijn werkzaamheden verricht. De medewerker is verplicht er zelf zorg voor te dragen dat de werkplek die hij buiten kantoor inneemt voldoet en blijft voldoen aan de eisen die worden gesteld in de Arbeidsomstandighedenwet. Indien de medewerker buiten het dagvenster in opdracht van zijn leidinggevende werkzaamheden moet verrichten, komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8 Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden tevens in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende. Deze uren kunnen niet worden opgespaard of worden omgezet in vakantie-uren. De medewerker die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11 of hoger verbonden is heeft conform artikel 3:8 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo geen recht op een buitendagvenstervergoeding. De medewerker die aangewezen is voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten heeft recht op de standaardvergoeding zoals opgenomen in artikel 3a:3:3:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo. Indien de medewerker opgeroepen wordt tijdens zijn beschikbaarheidsdienst en werkzaamheden verricht buiten het dagvenster, komt hij in aanmerking voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden tevens in tijd gecompenseerd. De medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende. Deze uren kunnen niet worden opgespaard of worden omgezet in vakantie-uren. De bijzondere regeling is van toepassing op de in bijlage A opgenomen functiegroep(en) en functies. De leidinggevende stelt voor deze groep eenzijdig de individuele werktijden vast conform artikel 4:4 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo. De werktijd van de in bijlage A genoemde medewerkers van de Afdeling Openbare en Gebouwde Omgeving is van 7.30 uur tot 16.00 uur. De pauze bedraagt een half uur. Het college kan besluiten om de in de bijlage A genoemde functies/functiegroep(en) wijzigen. Medewerkers in de bijzondere regeling kunnen conform de bepalingen in de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo aanspraak maken op de overwerkvergoeding (artikel 3:2 AGV), toelage onregelmatige dienst (artikel 3:3) en beschikbaarheidsvergoeding (artikel 3:3A AGV). In geval van bijzondere hoge binnen/buiten temperatuur in relatie tot de werkomstandigheden kan het afdelingshoofd besluiten tot instelling van een tropenrooster. De werktijden in dat rooster zijn van 07.00 tot 13.00 uur. Het hierdoor ontstane negatieve werktijdensaldo dient voor het einde van het betreffende kalenderjaar te zijn vereffend. Deelname aan het tropenrooster geschiedt op vrijwillige basis in overleg met het afdelingshoofd. Klik voor het overzicht van functiegroep(en) en functies behorende bij bijzondere regeling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel