De medewerker, op 30 november 1987 ingedeeld in de continudienst, ontvangt per 1 december 1987, voor zolang hij belast is met een functie, als bedoeld in artikel 18a:4:4, een garantietoelage ten bedrage van het verschil tussen de (som) van toelage(n) per 1 december 1987 – afhankelijk van de indeling in continudienst of dagdienst – en het bedrag van de som van de toelagen op 30 november 1987 (maximaal € 211,18, norm 1 september 1987).
De medewerker, op 30 november 1987 ingedeeld in de dagdienst, ontvangt per 1 december 1987, voor zolang hij belast is met een functie, als bedoeld in artikel 18a:4:4, een garantietoelage ten bedrage van het verschil tussen de (som) van de toelage(n) per 1 december 1987 – afhankelijk van de indeling in de continudienst of dagdienst – en het bedrag van de som van de toelagen op 30 september 1987 (maximaal € 211,18, norm 1 september 1987), dat de medewerker op 30 november 1987 zou hebben genoten bij plaatsing in de continudienst op genoemde datum.
Met betrekking tot de garantietoelage, als bedoeld in het eerste en tweede lid, geldt dat:
vergoedingen op grond van artikel 3:2:1, 18a:4:1 en 18a:4:3;
vergoedingen voor extra consignatiediensten;
een vergoeding van de onderscheidenlijke toelagen, als genoemd in het tweede lid van artikel 18a:4:4,
berekend over een aangesloten tijdvak van 12 maanden niet tot uitbetaling zullen komen, voor zover de onder a tot en met c genoemde vergoedingen het over die periode ontvangen totaalbedrag van de garantietoelage overschrijden.
Het bepaalde in artikel 18a:2:5, derde lid, is van overeenkomstige toepassing voor de toelage onregelmatige dienst en de brandweertoelage op 30 november 1987 (maximaal € 211,18, norm 1 september 1987). Bij verhoging van het salaris van de medewerker zullen, voor zover van toepassing, de hiervoor genoemde toelagen, met inachtneming van de van toepassing zijnde maximale berekeningsgrondslag, worden aangepast.
Hoofdstuk
Artikel 18a:9:1:1
Overgangsbepaling toelagen zoals die luidde per 1 december 1987
Onderdeel van CAR/UWO