Voor het verrichten van werkzaamheden onder extra bezwarende omstandigheden kan de ambtenaar voor vergoeding in de vorm van een afzonderlijke toelage in aanmerking komen, indien die bezwarende omstandigheden bij de waardering van de in het geding zijnde buiten beschouwing zijn gebleven.
Met inachtneming van het gestelde in de bijlage, behorende bij deze regeling, geeft het college toepassing aan het bepaalde in het eerste lid.
De in het eerste lid van artikel 1, bedoelde toelage bedraagt, als vermeld in onderstaande tabel:categorie, als vermeld in de bijlage toelage, afgeleid van het verschil tussen de salarisbedragen behorende bij periodiek 11 en 10 van schaal 3 van bijlage IIa, als genoemd in hoofdstuk 3a van de AGV;
categorie A:de ½ van het verschil;
categorie B:ter hoogte van het verschil;
categorie C:1½ x van het verschil;
categorie D:2 x het verschil.
Voor de ambtenaar met een niet-volledige werktijd wordt de toelage, als bedoeld in het eerste lid, vastgesteld op een evenredig deel van die toelage bij een volledige werktijd.
De waardering voor extra bezwarende omstandigheden in de functies, als omschreven in de toelichting, wordt geacht voor de eerste maal te zijn vastgesteld met ingang van inwerkingtreding van deze regeling.
Telkenmale per twee kalenderjaren vindt een herwaardering plaats, als bedoeld in het eerste lid, en wel voor de eerste maal per 1 januari 2003.
Een tussentijdse (her)waardering heeft alleen dan plaats, indien het college dit noodzakelijk acht.
Voor gevallen, waarin dit artikel niet of onvoldoende voorziet treft het college een bijzondere regeling.