Deze regeling is van toepassing op de ambtenaar in de zin van de AGV en op de werknemer in dienst op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
De duur van de jaarlijkse vakantie van de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel, die is afgestemd op de indeling in de salarisschalen volgens hoofdstuk 3a van de AGV:
in de salarisschalen 1 t/m 9: 158,4 uren;
in de salarisschalen 10 en hoger: 165,6 uren.
De duur van de vakantie van een belanghebbende bedoeld in het eerste lid, met een formele arbeidsduur van minder dan 36 uren per week, wordt naar evenredigheid verminderd.
Onverminderd het bepaalde in artikel 6:2:2, eerste lid van de AGV, wordt de vakantie zodanig opgenomen dat de vakantie hele of halve werkdagen omvat.
In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kunnen vakantie-uren gesplitst worden opgenomen.
De duur van de vakantie, als bedoeld in artikel 2, wordt verhoogd met:
7,2 uur te beginnen met het kalenderjaar waarin de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, de leeftijd van 35 jaar bereikt;
14,4 uur te beginnen met het kalenderjaar waarin de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, de leeftijd van 40 jaar bereikt;
21,6 uur te beginnen met het kalenderjaar waarin de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, de leeftijd van 45 jaar bereikt;
28,8 uur te beginnen met het kalenderjaar waarin de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, de leeftijd van 50 jaar bereikt.
De duur van de vakantie, als bedoeld in artikel 2, wordt vermeerderd met:
21,6 uur, tot en met het kalenderjaar waarin de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, de 18-jarige leeftijd bereikt;
14,4 uur, in het kalenderjaar waarin de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, de 19-jarige leeftijd bereikt;
7,2 uur, in het kalenderjaar waarin de belanghebbende, bedoeld in artikel 1, de 20-jarige leeftijd bereikt.
De belanghebbende, bedoeld in artikel 1, die met ingang van inwerkingtreding van deze regeling in dienst is getreden en daaraan voorafgaand onafgebroken vanaf 31 december 1996 in dienst is geweest voor een van de opgeheven gemeenten Venlo, Tegelen en Belfeld (Wet van 13 september 2000 tot samenvoeging van de gemeenten Venlo, Tegelen en Belfeld) heeft in afwijking van het bepaalde in artikel 4 aanspraak op de hierna vermelde verhoging van de vakantieduur:
14,4 uur, te beginnen met het kalenderjaar waarin de leeftijd van 35 jaar wordt bereikt of 15 jaar in overheidsdienst is doorgebracht;
28,8 uur, te beginnen met het kalenderjaar waarin de leeftijd van 45 jaar wordt bereikt of 25 jaar in overheidsdienst is doorgebracht;
43,2 uur, te beginnen met het kalenderjaar waarin de leeftijd van 55 jaar wordt bereikt of 35 jaar in overheidsdienst is doorgebracht.
Voor de vaststelling van de overheidsdienst, bedoeld in het eerste lid, wordt in aanmerking genomen de overheidsdienst, als bedoeld in artikel 3:5:1:1 van de AGV.