In deze regeling wordt verstaan onder:
suppletieregeling:de suppletieregeling die is
opgenomen in hoofdstuk 11a van de Arbeidsvoorwaardenregeling
Gemeente Venlo;
suppletie:de suppletie, bedoeld in artikel 11a:16
van de suppletieregeling;
betrokkene:de betrokkene, bedoeld in artikel
11a:1, onder d, van de suppletieregeling;
LISV:het landelijk instituut sociale
verzekeringen genoemd in hoofdstuk 4 van de organisatiewet
sociale verzekeringen 1997;
uitvoeringsinstelling:de instelling aan wie het
bestuursorgaan belast met de uitvoering van de
suppletieregeling, de werkzaamheden, verbonden aan de
uitvoering van de suppletieregeling, heeft opgedragen.
De artikelen 1 tot en met 8 van het
Model-uitkeringsreglement Werkloosheidswet gelden voor
zoveel mogelijk als uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van
een doelmatige controle van betrokkenen en als
uitvoeringsvoorschriften met betrekking tot het genieten van
vakantie tijdens de duur van de suppletie, met dien
verstande dat voor de hierna te noemen begrippen uit het
model-uitkeringsreglement moet worden gelezen:
bedrijfsvereniging:het bestuursorgaan
belast met de uitvoering van de
suppletieregeling;
bestuur:de uitvoeringsinstelling;
werknemer:betrokkene;
werkgever:het bestuursorgaan dat bevoegd
is betrokkenen ontslag te verlenen;
uitkering:suppletie;
Werkloosheidswet, wat de toepassing van artikel
7 betreft:suppletieregeling;
Met betrekking tot het genieten van vakantie tijdens de duur
van de suppletie gelden als uitvoeringsvoorschriften de
Regels betreffende het begrip vakantie en de perioden van
vakantie met behoud van recht op uitkering, vastgesteld bij
besluit van de toenmalige Sociale verzekeringsraad, d.d. 23
januari 1992 (Stctr. 1992, 19) welke ingevolge artikel
Regels vakantieperiode met behoud van recht op uitkering
XLVII van de Invoeringswet Organisatiewet sociale
verzekeringen gelden als het besluit van het LISV op grond
van artikel 19, vijfde lid, van de Werkloosheidswet met dien
verstande dat voor uitkering dient te worden gelezen:
suppletie.
Wijzigingen in het in het tweede lid genoemde modelreglement
onderscheidenlijk de in het derde lid genoemde Regels,
gelden, voor zover deze als uitvoeringsvoorschriften van de
suppletieregeling zijn aangeduid, als wijzigingen van deze
uitvoeringsvoorschriften.
Betrokkene is verplicht om met inachtneming van de nadere
aanwijzingen van de uitvoeringsinstelling, het ontstaan van de
ziekte als gevolg waarvan hij verhinderd is arbeid te verrichten,
aan de uitvoeringsinstelling te melden, alsook zijn herstel
daarvan.
Het recht op suppletie van de betrokkene die gaat deelnemen aan een
voor hem naar het oordeel van de uitvoeringsinstelling noodzakelijke
opleiding of scholing, blijft bestaan totdat die opleiding of
scholing is beëindigd, indien:
de opleiding of scholing arbeidsmarktgericht is, deel
uitmaakt van het reïntegratieplan dat door de
uitvoeringsinstelling in samenspraak met betrokkene is
vastgesteld en naar aard en omvang niet meer omvat dan in
het reïntegratieplan is vastgesteld; of
de opleiding of scholing arbeidsmarktgericht is en, wanneer
er geen reïntegratieplan is, zoals bedoeld in onderdeel a,
de uitvoeringsinstelling daarvoor toestemming geeft.
In afwijking van lid 6 blijft het recht op suppletie van de
betrokkene die gaat deelnemen aan een voor hem naar het oordeel van
de uitvoeringsinstelling noodzakelijke opleiding of scholing na
afloop van de ingevolge de artikelen 11a:2, 11a:6 en 11a:7,
onderscheidenlijk artikel 11a:17 van de suppletieregeling
vastgestelde reguliere duur van de suppletie niet bestaan totdat die
opleiding of scholing is beëindigd, indien:
tijdens de opleiding of scholing ter zake van die opleiding
of scholing recht bestaat op een voorziening in de derving
van de inkomsten;
de opleiding of scholing de strekking heeft om na afloop
daarvan werkzaamheden bij één bepaalde onderneming of één
bepaald bestuursorgaan te gaan verrichten;
de opleiding of scholing langer duur dan één jaar;
tijdens de opleiding of scholing sprake is van het
verrichten van productie werkzaamheden.
De betrokkene kan de in artikel 11a:15 van de suppletieregeling
bedoelde onbeloonde activiteiten verrichten met behoud van
suppletie, indien naar het oordeel van de
uitvoeringsinstelling:
de betreffende activiteiten van de betrokkene geen
bedrijfsmatig karakter hebben;
de betreffende activiteiten van de betrokkene in de gegeven
situatie doorgaans niet door een betaalde kracht zullen of
kunnen worden verricht; en
de instelling die of het bestuursorgaan dat de niet betaalde
werkzaamheden organiseert, geen subsidie heeft of kan
verkrijgen wat de loonkosten betreft.