In deze regeling wordt verstaan onder:
het college:het college van burgemeester en
wethouders;
de belanghebbende:degene bedoeld in artikel
15:1:16 van de AGV en degene bedoeld in artikel 19:35 van de
Rechtspositieregeling vrijwilligers bij de gemeentelijke
brandweer;
de commissie:de kledingcommissie, als bedoeld in
paragraaf II.
Er is een kledingcommissie die tot taak heeft:
het adviseren van het college, alsmede het
afdelingshoofd met betrekking tot het systeem van de
kledingverstrekking en de inhoud alsmede de
kwaliteit van het kledingpakket;
het begeleiden van en het uitoefenen van controle op
de leverancier(s) van bedrijfskleding;
het behandelen van de ingevolge artikel 5 aan haar
voorgelegde klachten en geschillen.
De commissie is overigens belast met de nadere uitwerking
van de in deze regeling gegeven voorschriften inzake de
kledingverstrekking en met het treffen van voorzieningen
welke haar voor de uitvoering van haar taak doelmatig
voorkomen.
De samenstelling en benoeming van de leden van de commissie
geschiedt door het college, in overeenstemming met de commissie voor
Georganiseerd Overleg.
De commissie brengt jaarlijks verslag uit aan het college
betreffende de gang van zaken ten aanzien van de
bedrijfskledingvoorziening.
Dit verslag bevat tenminste:
een totaaloverzicht van de kosten van de in het
afgelopen kalenderjaar verstrekte
bedrijfskleding;
een overzicht van de in het afgelopen kalenderjaar
behandelde alsmede van de in behandeling zijnde
klachten en geschillen.
Klachten van de belanghebbende dan wel het afdelingshoofd
over de verstrekte bedrijfskleding worden in eerste aanleg
voorgelegd aan de kledingcommissie.
Indien een klacht niet tot een bevredigende oplossing is
gebracht, wordt deze door de belanghebbende, dan wel het
afdelingshoofd voorgelegd aan het college, tenzij de klacht
worden ingetrokken.
Aan de belanghebbende wordt bedrijfskleding verstrekt.
De belanghebbende dient tenminste te beschikken over een
kledingpakket, dat door het college wordt vastgesteld.
Het afdelingshoofd draagt zorg dat het in artikel 6, bedoelde
kledingpakket in stand blijft.
De gemiddelde afschrijvingstermijnen van de bedrijfskleding zijn
tenminste als in het kledingpakket wordt aangegeven.
De belanghebbende is verantwoordelijk voor de hem verstrekte
bedrijfskleding.
Bij vermissing of beschadiging van een kledingstuk
verwittigt de belanghebbende onverwijld de daartoe door het
afdelingshoofd aangewezen functionaris.
De in geval van vermissing of beschadiging eventueel
noodzakelijke vervanging of reparatie geschiedt met
inachtneming van het bepaalde in artikel 15:1:16 van de AGV,
dan wel artikel 19:35 van de Rechtspositieregeling
vrijwilligers bij de gemeentelijke brandweer.
De aan de belanghebbende verstrekte bedrijfskleding is
eigendom van de gemeente.
De aan de belanghebbende verstrekte bedrijfskleding dient in
geval van vervanging, overlijden of ontslag uit de
gemeentedienst te worden ingeleverd, bij de in artikel 9,
tweede lid bedoelde functionaris.
Het is de belanghebbende niet toegestaan de verstrekte
bedrijfskleding in de privé-sfeer te gebruiken.
Het normale onderhoud alsmede kleine herstellingen van de
bedrijfskleding geschieden door de zorg en voor de rekening
van de belanghebbende, onverminderd het bepaalde in artikel
19:35, van de Rechtspositieregeling vrijwilligers bij de
gemeentelijke brandweer.
De grote herstellingen geschieden, onverminderd het bepaalde
in artikel 9, derde lid, door de zorg en voor rekening van
de gemeente.
De levering en uitgifte van bedrijfskleding geschiedt door
een of meerdere door het college aan te wijzen
leverancier(s).
De belanghebbende tekent voor de aan hem geleverde
bedrijfskleding.
Voor iedere belanghebbende aan wie bedrijfskleding is
verstrekt, wordt een kledingoverzicht aangehouden, waarop
tenminste de kledingstukken waaruit het kledingpakket is
samengesteld, de aantallen en de data van de verstrekkingen
worden vermeld.
Het college stelt nadere regels met betrekking tot de aan de
bedrijfskledingvoorziening verbonden organisatie en
administratie.