De medewerker met een aanstelling of arbeidsovereenkomst ingevolge
de Arbeidsvoorwaardenregeling Gemeente Venlo, die nevenwerkzaamheden
verricht of wil gaan verrichten waarvan hij in redelijkheid kan
vermoeden dat die de belangen van de dienst, voor zover deze in
verband staan met zijn functievervulling, kunnen raken, is verplicht
die nevenwerkzaamheden te melden bij zijn afdelingshoofd. Het
afdelingshoofd meldt zijn hier bedoelde nevenwerkzaamheden aan de
secretaris. De secretaris meldt zijn hier bedoelde
nevenwerkzaamheden aan de burgemeester
Nevenwerkzaamheden, bedoeld in artikel 1, kunnen onder meer
bestaan uit het uitoefenen van een eigen bedrijf, het als
zelfstandige al dan niet tegen betaling verlenen van
diensten of geven van adviezen, waaronder begrepen het
lidmaatschap van door overheidsorganen ingestelde
commissies, het toetreden tot besturen van verenigingen of
maatschappelijke organisaties en het verrichten van
vrijwilligerswerk.
Onder nevenwerkzaamheden in de zin van deze regeling wordt
niet verstaan een politieke functie, zijnde een
vertegenwoordigende functie in een publiekrechtelijke
college, zoals bedoeld in artikel 125 c van de
Ambtenarenwet.
Indien de medewerker en zijn afdelingshoofd, respectievelijk het
afdelingshoofd en de secretaris, dan wel de secretaris en de
burgemeester in gezamenlijk overleg tot de conclusie komen, dat de
gemelde nevenwerkzaamheden geen risico inhouden voor de goede
vervulling van de functie of de goede functionering van de openbare
dienst, kan met de gedane melding worden volstaan. Het
afdelingshoofd, respectievelijk de secretaris dan wel de
burgemeester bevestigt schriftelijk dat hij geen bezwaren ziet.
Indien twijfel bestaat over een mogelijk risico, als bedoeld
in artikel 3, dan wel geoordeeld wordt, dat door de
uitoefening van de nevenwerkzaamheden de goede vervulling
van de functie of de goede functionering van de openbare
dienst, voor zover deze in verband staan met de
functievervulling, niet in redelijkheid is verzekerd en de
medewerker de (beoogde) nevenwerkzaamheden wil (blijven)
verrichten, dient de aangelegenheid door de betrokken
werknemer voor een standpuntbepaling aan het college te
worden voorgelegd. Daarbij dient een zo nauwkeurig mogelijke
omschrijving te worden gegeven van de aard en de omvang van
de (beoogde) nevenwerkzaamheden, alsmede informatie over de
vraag of die werkzaamheden al dan niet geheel in vrije tijd
(zullen) worden verricht en of al dan niet sprake is van
betaalde nevenwerkzaamheden.
Het verzoek om een standpuntbepaling, als bedoeld in het
eerste lid, dient vergezeld te gaan van de visie van het
afdelingshoofd, respectievelijk de secretaris, dan wel de
burgemeester betreffende de (eventuele) consequenties van de
verrichte of de beoogde nevenwerkzaamheden voor de
functievervulling en of de functionering van de openbare
dienst. Ook dient daarbij vermeld te worden de eventuele
wenselijkheid van het stellen van voorwaarden.
Indien nevenwerkzaamheden geheel of gedeeltelijk tijdens
diensttijd worden verricht, dient daarvoor vakantieverlof te
worden opgenomen.
Voor nevenwerkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, die naar
het oordeel van het college van voldoende meerwaarde zijn
voor de functievervulling of anderszins van voldoende belang
zijn voor de gemeente kan op verzoek van de medewerker
buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging worden
verleend.
Indien de medewerker tijdens de verlofperiode als bedoeld in
het tweede lid voor het nevenwerk een vergoeding ontvangt,
niet zijnde een vergoeding voor gemaakte kosten, dient de
vergoeding in de gemeentekas te worden gestort. De
vergoeding, die ingevolge dit lid in de gemeentekas dient te
worden gestort, gaat het bedrag van de bezoldiging over de
met het verlof overeenkomende tijd niet te boven.
Onder nevenwerkzaamheden, bedoeld in dit artikel, worden ook
nevenwerkzaamheden begrepen, die niet onder de meldplicht
vallen van dit reglement.
Binnen 8 weken nadat het in artikel 4 bedoelde verzoek is ontvangen,
bepaalt het college een standpunt naar aanleiding van dat
verzoek.
Bij de oordeelsvorming van het college met betrekking tot de
toelaatbaarheid van de verrichte of beoogde
nevenwerkzaamheden zullen in elk geval de volgende criteria
worden gehanteerd:
onoorbare belangenverstrengeling;
botsing van belangen;
schade aan het aanzien van het ambt.
Het college kan aan het verrichten van nevenwerkzaamheden
voorwaarden verbinden die naar zijn oordeel noodzakelijk
zijn om de goede functievervulling of de goede functionering
van de openbare dienst te waarborgen.
Van de besluiten op verzoeken om een standpuntbepaling, als bedoeld
in artikel 4 wordt een register aangelegd. Het register wordt onder
verantwoordelijkheid van het college namens hem beheerd door of
namens de teamleider p&o.
Het doel van de registratie is het verzamelen en registreren van
gegevens inzake door medewerkers verrichte nevenwerkzaamheden ten
behoeve van de voorbereiding en uitvoering van het gemeentelijk
beleid inzake handhaving en bevordering van de integriteit van de
gemeente en zijn medewerkers.
In het register worden opgenomen, naam, voornamen en functie, van
degene die een verzoek om een standpuntbepaling als bedoeld in
artikel 4 heeft ingediend, de datum van het verzoek, de aard en
omvang van de nevenwerkzaamheden en de beslissing van het
college.
Rechtstreekse toegang tot de registratie heeft uitsluitend de
beheerder, het afdelingshoofd en de door hem aangewezen medewerkers
van het team p&o, alsmede de afdelingshoofden voor zover het
betreft informatie over nevenwerkzaamheden van binnen hun afdeling
werkzame medewerkers.
Verstrekking van in het register opgenomen gegevens aan andere
instanties of personen dan degene op wie de gegevens betrekking
hebben vindt uitsluitend plaats op basis van een besluit van het
college. Daarbij worden de bepalingen van de van toepassing zijnde
privacywetgeving in acht genomen.
De medewerker heeft te allen tijde het recht op inzage van de over
hem in het register opgenomen gegevens.
Ter beveiliging van de in het register opgenomen gegevens, tegen
verlies of aantasting en tegen onbevoegde kennisneming wijziging of
verstrekking daarvan worden door of vanwege de beheerder technische
en organisatorische beveiligingsmaatregelen getroffen.