In deze regeling wordt verstaan onder:
medewerker:degene, als bedoeld in artikel 1:1,
eerste lid, sub a, van de AGV.
plaats van tewerkstelling:het gebouw,
gebouwencomplex of terrein, dat de medewerker voor de
uitoefening van zijn functie is aangewezen;
dienstreis:de noodzakelijke verplaatsing van een
medewerker tot het verrichten van dienst buiten de plaats
van tewerkstelling, alsmede het hiermee verband houdende
verblijf buiten deze plaats.
Begin en einde van de dienstreis
Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten geldt dat de
plaats van tewerkstelling het beginpunt en eindpunt is van
de dienstreis.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan de
woning van de medewerker of een andere plaats als beginpunt
respectievelijk eindpunt van de dienstreis worden
aangemerkt. In dat geval bedraagt de vergoeding nimmer meer
dan bij toepassing van het bepaalde in het eerste lid.
Openbaar vervoer
Wegens reiskosten per openbaar vervoer worden vergoed de
kosten van het openbaar vervoer die in verband met de
dienstreis blijkens overgelegde bewijsstukken zijn
gemaakt.
Het gebruik van de eigen auto
Om reden van doelmatigheid kan voor het incidenteel dan wel
geregeld gebruik van de eigen auto voor dienstreizen door
het college toestemming worden verleend.
Voor het gebruik van de eigen auto, bedoeld in het eerste
lid, geldt een vergoeding van € 0,28 per kilometer.
De vergoeding in enig kalenderjaar ingevolge het tweede lid
(gebruik eigen auto voor dienstreizen) strekt mede tot
vergoeding van reiskosten van het woon-werkverkeer die in
dat loon-tijdvak belastingvrij vergoed had mogen
worden.
Voor dienstreizen over een afstand van meer dan 25 kilometer (enkele
reis), gerekend vanaf de plaats van tewerkstelling kan alleen dan
gebruik worden gemaakt van de eigen auto indien zulks naar het
oordeel van het college op gronden van doelmatigheid gewenst is.In
de volgende gevallen wordt de dienstreis per eigen auto geacht
doelmatiger te zijn dan gebruik van een openbaar middel van
vervoer:
de reis plaatsvindt in gezelschap van een of meer
medewerkers, die dezelfde reis moeten en maken en daardoor
de reis per auto goedkoper is dan per openbaar middel van
vervoer;
het reisdoel per openbaar middel van vervoer niet of zeer
moeilijk bereikbaar is.
de medewerker apparaten moet meenemen.
Het gebruik van de eigen bromfiets
Aan de medewerker, voor wie het dienstbelang vordert, dat
hij voor dienstreizen geregeld gebruik maakt van een
bromfiets, kan door het college toestemming worden verleend
tot het gebruik van zijn eigen bromfiets en wordt hem
deswege een vergoeding toegekend.
Als vergoeding, bedoeld in het eerste lid, geldt het bedrag
per afgelegde kilometer, ingevolge artikel 2, van de
Reisregeling binnenland.
Het gebruik van het eigen rijwiel
Aan de medewerker, voor wie het dienstbelang vordert, dat
hij voor dienstreizen geregeld gebruik maakt van een
rijwiel, kan door het college een vergoeding worden
toegekend voor het gebruik van zijn eigen rijwiel.
Al naar gelang de medewerker door het college wordt
ingedeeld in één van onderstaande categorieën, wordt voor de
vergoeding uitgegaan van het bedrag per kilometer, als
genoemd in artikel 4 van de Reisregeling binnenland.
categorie 1:bij een gebruik voor de dienst van
gemiddeld minder dan 1800 km. per jaar, wordt voor de
vergoeding 1500 kilometer in aanmerking genomen
categorie 2:bij een gebruik voor de dienst van
gemiddeld 1800 tot en met 3600 km. Per jaar, wordt voor de
vergoeding 3000 kilometer in aanmerking genomen;
categorie 3:bij een gebruik voor de dienst van
gemiddeld meer dan 3600 km. per jaar, wordt voor de
vergoeding 4000 kilometer in aanmerking genomen.
Bij niet-vervulling van de functie onafgebroken langer dan
twee maanden, wordt de op grond van lid 12 en 13 toegekende
vergoeding voor de verdere duur daarvan stopgezet.
Verblijfskosten
De in verband met een dienstreis noodzakelijk gemaakte
kosten voor maaltijden en logies en voor kleine uitgaven
overdag en ’s avonds worden vergoed overeenkomstig het
bepaalde in artikel 9.
Geen aanspraak op vergoeding wegens verblijfkosten bestaat
voor een dienstreis korter dan vier uur en voor een
dienstreis binnen de gemeente Venlo.
Vergoedingen
De vergoeding wegens verblijfkosten als bedoeld in artikel
8, omvat voor ieder vol etmaal dat de dienstreis duurt een
bedrag van € 3,98 voor kleine uitgaven overdag
(dagcomponent) alsmede een bedrag van € 11,90 voor kleine
uitgaven ’s avonds (avondcomponent) vermeerderd met:
€ 12,56 voor een lunch (lunchcomponent);
€ 19,00 voor een avondmaaltijd
(dinercomponent);
€ 75,67 voor logies (logiescomponent);
€ 7,39 voor een ontbijt (ontbijtcomponent).
De aanspraak op de onder het eerste lid onderdeel a, b, c en
d bedoelde vergoedingen bestaat slechts indien voor het
verkrijgen van de respectievelijke verstrekkingen kosten
zijn gemaakt in een daarvoor bestemde gelegenheid.
Bij aansluitende dienstreizen kan de avondcomponent als
bedoeld in het eerste lid niet langer dan voor de eerste
acht avonden worden toegekend. Voor ieder volgend etmaal dat
binnen die dienstreizen valt, wordt het bedrag van de
avondcomponent gehalveerd.
Voor een resterend gedeelte van een etmaal dan wel voor een
incidentele dienstreis van kortere duur dan een etmaal
worden de uit te keren bedragen voor verblijfkosten berekend
overeenkomstig het eerste, het tweede en het derde lid, met
dien verstande dat:
de dagcomponent slechts wordt toegekend, indien mede
wordt voldaan aan de voorwaarde dat ten minste 4
uren in het resterende gedeelte of in de dienstreis
valt;
de avondcomponent en de ontbijtcomponent slechts
worden toegekend, indien mede wordt voldaan aan de
voorwaarde dat een overnachting in het resterende
gedeelte of in de dienstreis valt;
de lunchcomponent respectievelijk de dinercomponent
slechts worden toegekend, indien mede wordt voldaan
aan de voorwaarde dat de tijd tussen 12.00 uur en
14.00 uur respectievelijk tussen 18.00 uur en 21.00
uur geheel in het resterende gedeelte of in de
dienstreis valt.
De vergoedingsbedragen ingevolge dit artikel worden
telkenmale overeenkomstig het bepaalde in artikel 5 van de
Reisregeling binnenland aangepast.
Reisdeclaraties
Het declareren van de reis- en of verblijfkosten geschiedt
op een door het college voorgeschreven wijze, onder
overlegging van de vereiste bewijsstukken.
De aanspraak op een vergoeding vervalt, indien de medewerker
de declaratie niet indient binnen drie maanden na de maand
waarop de declaratie betrekking heeft.
Hardheidsclausule
In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid
voorziet, neemt het college een beslissing.