De medewerker kan zijn budget gebruiken voor de aanschaf van een
fiets.
De medewerker kan eenmaal in de 36 maanden de keuze maken om zijn of
haar IKB-saldo te gebruiken voor de aanschaf van één fiets.
Door deze keuze te maken, verklaart de medewerker de fiets voor meer
dan de helft van het voor hem of haar van toepassing zijnde aantal
werkdagen voor het woon-werkverkeer gebruikt.
De keuze van het type fiets is in die zin beperkt, dat de medewerker
geen kinderfietsen of motorisch aangedreven fietsen mag kiezen.
Fietsen met elektrische trapondersteuning, ook wel e-bikes genoemd,
zijn toegestaan.
Het maximale bedrag dat hiervoor kan worden aangewend is € 1.250,-
bruto.
De medewerker kan de keuze alleen maken indien hij of zij voldoende
1KB heeft.
De medewerker dient bij de keuze de factuur van de aanschaf van de
fiets te overleggen.