Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
Medewerker: De ambtenaar als bedoeld in artikel
1:1, eerste lid, sub a van de Arbeidsvoorwaardenregeling
gemeente Venlo, alsmede uitzendkrachten,
detacheringskrachten, stagiaires en personen die anderszins
werkzaam zijn bij de werkgever.
Bedrijfstijden: De tijden waarin medewerkers op
kantoor werkzaamheden kunnen verrichten.
Contacttijden: Tijdsblokken die de
leidinggevende kan aanwijzen waarop de medewerker aanwezig,
beschikbaar of bereikbaar moet zijn;
Feitelijke arbeidsduur: Het aantal uren dat de
medewerker in een bepaalde periode arbeid heeft verricht.
Formele arbeidsduur: De volgens de aanstelling
vastgestelde omvang van het aantal uren dat de medewerker in
een bepaalde periode arbeid moet verrichten.
De werktijdenregeling is van toepassing op alle medewerkers. De
regeling bestaat uit een standaard- en een bijzondere regeling.
De standaardregeling geldt voor de medewerkers die zelf regelruimte
hebben voor het bepalen van hun werktijden. Paragraaf 2 van deze
regeling is uitsluitend van toepassing op deze medewerkers.
De bijzondere regeling is van toepassing op medewerkers waarvoor de
individuele werktijden eenzijdig door de werkgever worden
vastgesteld. Het college bepaalt welke functiegroep(en) onder de
bijzondere regeling vallen. Deze functiegroep(en) en functies zijn
opgenomen in Bijlage A van deze regeling. Paragraaf 3 van deze
regeling is uitsluitend van toepassing op de medewerkers die deze
functies uitoefenen.
De formele arbeidsduur bedraagt bij een voltijd dienstverband
gemiddeld 36 uur per week en 1806 uur per jaar.
Bij een deeltijd dienstverband is de formele arbeidsduur per week
het aantal uren dat in de aanstelling is vermeld. De formele
arbeidsduur per jaar wordt naar rato berekend.
De feitelijke arbeidsduur kan afwijken van de formele arbeidsduur,
met inachtneming van hoofdstuk 4 van de Arbeidsvoorwaardenregeling
gemeente Venlo.
De feitelijke arbeidsduur bedraagt bij een voltijd dienstverband
gemiddeld 40 uur per week. Hierdoor bouwt de medewerker op jaarbasis
200,8 uur compensatieverlof op. Bij een deeltijd dienstverband wordt
de feitelijke arbeidsduur (en het compensatieverlof) naar rato
berekend.
Het compensatieverlof wordt naar rato verminderd met de uren waarop
de medewerker wegens ziekte is verhinderd om zijn dienstbetrekking
te vervullen. Compensatieverlof dat is verbruikt, maar naderhand
wegens ziekte niet toereikend blijkt te zijn, wordt aangevuld
met:
Compensatie in werktijd, of
Vakantieverlof.
Het compensatieverlof wordt opgenomen in hetzelfde jaar waarin het
is opgebouwd. Niet opgenomen compensatieverlof vervalt.
De 200,8 uren compensatieverlof worden toegevoegd aan het
vakantieverlof, nadat maximaal 7 -in overeenstemming met de
Ondernemingsraad- door het college vastgestelde collectieve
sluitingsdagen (56 uur) hierop in mindering zijn gebracht. Dit zijn
de brugdagen.
De voorgaande leden zijn niet van toepassing op de medewerker
waarmee afspraken zijn gemaakt over een werkpatroon waarbij geen
compensatieverlof wordt opgebouwd.
De medewerker die verplicht moet werken op een brugdag, komt in
aanmerking voor een vergoeding op grond van artikel 3:8
Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo wanneer hij onder de
standaardregeling valt. De medewerker waarop de bijzondere regeling
van toepassing is, komt in aanmerking voor de overwerkvergoeding
ingevolge artikel 3:2 Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo.
De medewerker die een of meerdere brugdagen onvoldoende kan
compenseren doordat hij geen of te weinig compensatieverlof opbouwt,
dan wel het compensatieverlof reeds heeft verbruikt, dient het
tekort aan feitelijke arbeidsduur aan te vullen door middel van één
van de navolgende mogelijkheden:
Inlevering van salaris, of
Compensatie in werktijd.
De werktijd bedraagt per dag maximaal 11 uren. De arbeidsduur
bedraagt ten hoogste 50 uren per week.
De medewerker die tussen de 5,5 uur en 10 uur per dag werkt, dient
ten minste een half uur pauze te nemen. De pauzetijd kan ineens of
in 2 delen worden opgenomen.
Wanneer een medewerker meer dan 10 uur per dag werkt, heeft hij ten
minste recht op 45 minuten pauze. De pauzetijd moet minimaal in 2
delen worden opgenomen.
De bedrijfstijd is op maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 uur en
19.00 uur.
De leidinggevende stelt de contacttijden in samenspraak met zijn
medewerkers vast.
Doktersbezoek, tandartsbezoek, ziekenhuisbezoek, e.d. dienen buiten
werktijden plaats te vinden.
Wanneer het niet mogelijk is om een bezoek als bedoeld in het eerste
lid buiten de werktijden plaats te laten vinden, treden
leidinggevende en medewerker in overleg om tot een passende
oplossing te komen.
Medewerkers kunnen werkzaamheden verrichten binnen het dagvenster
van maandag tot en met vrijdag tussen 7.00 uur en 22.00 uur.
De leidinggevende is verantwoordelijk voor de bezetting van de
afdeling.
Eenmaal per jaar worden basisafspraken gemaakt tussen de
leidinggevende en de medewerker over de werktijden, verlof en
werkplanning binnen het dagvenster. Deze afspraken worden
schriftelijk vastgelegd en opgenomen in het jaarplan.
Uitgangspunt bij het maken van de basisafspraken over werktijden is
een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering, een goede procesgang
van de werkzaamheden op de afdeling, bereikbaarheid voor interne en
externe klanten en een optimale samenwerking op en tussen de
afdelingen, waarbij rekening wordt gehouden met de balans tussen
werk en privé van de medewerker.
Bijstelling van de afspraken kan in overleg plaatsvinden. Jaarlijks
worden de basisafspraken over werktijden, verlof en werkplanning
tenminste twee maal geëvalueerd. Deze evaluatie vindt in ieder geval
plaats tijdens het jaarlijkse voortgangsgesprek.
Wanneer de medewerker binnen het dagvenster werkzaamheden moet
verrichten buiten de afgesproken werktijden, wordt de gewerkte tijd
op een ander moment gecompenseerd. De leidinggevende en de
medewerker maken samen afspraken om de tijd op korte termijn te
compenseren. Deze uren kunnen niet opgespaard worden of worden
omgezet in vakantie-uren.
De medewerker maakt op eigen initiatief met de leidinggevende
afspraken over de plaats waar hij zijn werkzaamheden verricht.
De medewerker is verplicht er zelf zorg voor te dragen dat de
werkplek die hij buiten kantoor inneemt voldoet en blijft voldoen
aan de eisen die worden gesteld in de Arbeidsomstandighedenwet.
Indien de medewerker buiten het dagvenster in opdracht van zijn
leidinggevende werkzaamheden moet verrichten, komt hij in aanmerking
voor de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8
Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo. Deze vergoeding bedraagt
per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren
buiten het dagvenster worden tevens in tijd gecompenseerd. De
medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende. Deze
uren kunnen niet worden opgespaard of worden omgezet in
vakantie-uren.
De medewerker die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11
of hoger verbonden is heeft conform artikel 3:8 van de
Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo geen recht op een
buitendagvenstervergoeding.
De medewerker die aangewezen is voor het verrichten van
beschikbaarheidsdiensten heeft recht op de standaardvergoeding zoals
opgenomen in artikel 3a:3:3:1 van de Arbeidsvoorwaardenregeling
gemeente Venlo.
Indien de medewerker opgeroepen wordt tijdens zijn
beschikbaarheidsdienst en werkzaamheden verricht buiten het
dagvenster, komt hij in aanmerking voor de
buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8 van de
Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo. Deze vergoeding bedraagt
per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren
buiten het dagvenster worden tevens in tijd gecompenseerd. De
medewerker maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende. Deze
uren kunnen niet worden opgespaard of worden omgezet in
vakantie-uren.
De bijzondere regeling is van toepassing op de in bijlage A
opgenomen functiegroep(en) en functies.
De leidinggevende stelt voor deze groep eenzijdig de individuele
werktijden vast conform artikel 4:4 van de
Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo.
De werktijd van de in bijlage A genoemde medewerkers van de Afdeling
Openbare en Gebouwde Omgeving is van 7.30 uur tot 16.00 uur. De
pauze bedraagt een half uur.
Het college kan besluiten om de in de bijlage A genoemde
functies/functiegroep(en) wijzigen.
Medewerkers in de bijzondere regeling kunnen conform de bepalingen
in de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Venlo aanspraak maken op
de overwerkvergoeding (artikel 3:2 AGV), toelage onregelmatige
dienst (artikel 3:3) en beschikbaarheidsvergoeding (artikel 3:3A
AGV).
In geval van bijzondere hoge binnen/buiten temperatuur in relatie
tot de werkomstandigheden kan het afdelingshoofd besluiten tot
instelling van een tropenrooster. De werktijden in dat rooster zijn
van 07.00 tot 13.00 uur. Het hierdoor ontstane negatieve
werktijdensaldo dient voor het einde van het betreffende
kalenderjaar te zijn vereffend. Deelname aan het tropenrooster
geschiedt op vrijwillige basis in overleg met het
afdelingshoofd.
Klik hier voor het overzicht van functiegroep(en) en functies
behorende bij bijzondere regeling.