Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
medewerker:degene, als bedoeld in artikel 1:1,
eerste lid onder a, van de AGV;
leiding:directe leidinggevende van de medewerker
of de door het afdelingshoofd aangewezen
vertegenwoordiger;
Arbo-dienst:de dienst als bedoeld in artikel 7:1
onder d van de AGV;
geneeskundige:geneeskundige verbonden aan de
Arbo-dienst.
De medewerker, die wegens ziekte ongeschikt is zijn
betrekking te vervullen, is verplicht dit op de eerste dag
van die ongeschiktheid vóór 09.30 uur te melden bij zijn
direct leidinggevende. Door het afdelingshoofd kan een voor
de melding tot ongeschiktheid afwijkend tijdstip worden
bepaald.
Door de leiding wordt op de dag, bedoeld in het vorige lid,
deze melding doorgegeven aan de Arbo-dienst
Voor de toepassing van de navolgende artikelen wordt met
“medewerker” bedoeld degene als bedoeld in het tweede
lid.
Het door de Arbo-dienst toegezonden inlichtingenformulier dient door
de medewerker te worden ingevuld en per omgaande te worden
geretourneerd aan de Arbo-dienst Dit geldt ook in het geval de
medewerker zijn betrekking inmiddels hervat heeft.
De medewerker dient thuis te blijven tot en met de derde
werkdag na de dag van de melding tot ongeschiktheid, als
bedoeld in de artikel 2.
Na het tijdstip bedoeld in het eerste lid, dient de
medewerker thuis te blijven:
’s morgens tot 10.00 uur;
’s middags van 12.00 tot 14.30 uur.
Indien de ongeschiktheid langer dan 2 weken duurt, vervalt
de verplichting om thuis te blijven, tenzij door de
geneeskundige anders wordt bepaald.
De verplichting om thuis te blijven geldt niet indien de
medewerker een bezoek brengt aan de behandelend arts, de
geneeskundige of behandeld therapeut, dan wel indien hij
zijn betrekking hervat of passende respectievelijke gangbare
arbeid gaat verrichten.
de medewerker is verplicht controle door de geneeskundige
mogelijk te maken. Daartoe dient hij op zijn woon- of
verblijfadres bereikbaar te zijn, of er zorg voor te dragen,
dat de geneeskundige kan vernemen waar hij bereikbaar
is.
Indien de medewerker tijdelijk elders verblijft of na een
tijdelijk verblijf elders weer thuis verblijft meldt hij dat
tevoren, doch uiterlijk binnen 24 uur aan de Arbo-dienst.
Deze verplichting geldt gedurende de gehele periode van
ongeschiktheid.
De medewerker heeft voor een meerdaags verblijf in het buitenland
toestemming van de geneeskundige nodig.
Op verzoek van de geneeskundige wordt bij de ziekmelding, als
bedoeld in artikel 2 of op een door de geneeskundige te bepalen
tijdstip, door of namens de in het buitenland verblijvende
medewerker, een door de behandelend arts afgegeven bewijs van
ongeschiktheid overgelegd.
De medewerker geeft gevolg aan een oproep om te verschijnen
op het spreekuur van de geneeskundige.
Indien de medewerker verhinderd is aan een oproep, bedoeld
in het eerste lid, te voldoen, deelt hij dit onverwijld mede
aan de Arbo-dienst, onder opgave van reden van de
verhindering. In dat geval is het bepaalde in artikel 4,
eerste lid, voor zover de daar genoemde termijn reeds
verstreken is, wederom van toepassing, tenzij de
geneeskundige anders bepaalt.
Ook nadat, de medewerker zijn betrekking heeft hervat, is
hij verplicht gevolg te geven aan een oproep, als bedoeld in
het eerste lid.
De medewerker, bedoeld in artikel 2, die voornemens is op vakantie
te gaan, heeft daarvoor toestemming nodig van de geneeskundige.
De medewerker is verplicht de geneeskundige op diens verzoek alle
informatie te verstrekken die verband houdt met zijn ongeschiktheid
wegens ziekte.
De medewerker hervat zijn betrekking zodra hij zich hiertoe in staat
acht.
De medewerker, die op de dag, met ingang waarvan de
geneeskundige hem geschikt heeft geacht zijn betrekking te
verrichten, meent niet tot hervatting is staat te zijn,
deelt dit onverwijld mede aan de Arbo-dienst.
In het geval bedoeld in het eerste lid treedt het bepaalde
in artikel 2 opnieuw in werking en onverminderd hetgeen
overigens in deze voorschriften is bepaald.