Garantietoelagen en afbouwtoelagen die uiterlijk op 31
december 2015 zijn ingegaan worden gecontinueerd onder de
voorwaarden waaronder ze zijn toegekend.
Lokale financiële arbeidsvoorwaarden Bruto blijft bruto, netto blijft
netto. die op al het personeel
binnen een gemeente worden toegepast op 31 december 2015 en
die zijn opgenomen in de lokale bezoldigingsverordening of
rechtspositieregeling, vervallen voor het personeel dat
vanaf 1 januari 2016 in dienst komt. Voor het zittende
personeel wordt deze omgezet in een vast bedrag: de toelage
overgangsrecht H3 (jaarbedrag) deel 1.
Voor alle overige financiële arbeidsvoorwaarden die in de
lokale bezoldigingsverordening of rechtspositieregeling zijn
opgenomen (en dus bij de invoering van hoofdstuk 3 nog
bestaan) en die per 1 januari 2016 vervallen of dan in
hoogte wijzigen, wordt op basis van het refertejaar 2014
(roosters, overwerk, en alle andere relevante factoren) voor
elke medewerker die het betreft bepaald:
hoe hoog het bedrag is dat de medewerker aan
toelagen zou ontvangen volgens de bij overgang
geldende regels voor toelagen/vergoedingen
hoe hoog het bedrag is dat de medewerker aan
toelagen zou ontvangen volgens de nieuwe
systematiek.
Het verschil vormt de toelage overgangsrecht H3
(jaarbedrag) deel 2.
Deel 1 en deel 2 worden bij elkaar opgeteld. Dit is de
toelage overgangsrecht H3. Dit bedrag stijgt niet mee met de
loonontwikkelingen.
Er zijn geen anticumulatiebepalingen.
Deze toelage overgangsrecht H3 is een vast jaarbedrag dat
een keer per jaar wordt uitbetaald in de maand december.
De toelage overgangsrecht H3 moet minimaal 120 euro op
jaarbasis zijn. Indien deze toelage lager is, wordt deze
afgekocht met een eenmalig bedrag ter waarde van 5
jaar.
Als een dienstverband in de loop van een kalenderjaar
eindigt, dan wordt de toelage overgangsrecht H3 naar rato
uitgekeerd.
Als een dienstverband in omvang verkleind wordt, dan daalt
de toelage overgangsrecht H3 naar rato.
Vergroten van de aanstellingsomvang ná 31-12-2015 heeft
geen effect.
Lokaal mogen aanvullende afspraken over afkoop, uitruil of
betaling in termijnen gemaakt worden.
Er is apart overgangsrecht voor personeel van gemeenten die
op 31 december 2015 een lokale regeling hebben met
bepalingen over de ambtsjubileumgratificatie die positief
afwijken van het nieuwe artikel 3:19. Medewerkers die binnen
vijf jaar van verval van de lokale regeling (dus uiterlijk
31 december 2020) recht zouden hebben op een
ambtsjubileumgratificatie als de lokale regeling niet was
vervallen, krijgen de ambtsjubileumgratificatie op basis van
de lokale regeling die op 31 december 2015 verviel. Het gaat
hierbij om de datum van het ambtsjubileum en de hoogte van
de ambtsjubileumgratificatie. De gemeente legt dit recht
vast bij de overgang naar het nieuwe hoofdstuk 3.