**1.** Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht bedoeld in artikel 17 van de WWB, artikel 38, tweede lid van het Bbz, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van uitkering, wordt de verlaging afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
**2.** De verlaging wordt op de volgende wijze vastgesteld:
a. bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
b. bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
c. bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40% van de bijstandsnorm gedurende een maand;
d. bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand.
**3.** Van een verlaging wordt afgezien:
a. zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen;
b. zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen.
**4.** Indien de strafvervolging vervalt omdat door het Openbaar Ministerie wordt geseponeerd, vindt alsnog een verlagingbeoordeling plaats.
Hoofdstuk 3
Artikel 13
Verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen met gevolgen voor de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2012