Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6

Horen van de belanghebbende

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2012

1. Voordat een verlaging wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2. Het horen van belanghebbende kan achterwege worden gelaten indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; c. de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college met toepassing van artikel 7, vierde lid, van de WWB, artikel 34, derde lid, van de IOAW of artikel 34, derde lid, van de IOAZ, werkzaamheden in het kader van de WWB, IOAW of IOAZ heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de WWB, artikel 13 van de IOAW of artikel 13 van de IOAZ; d. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid; e. de verlaging wordt opgelegd wegens ernstige misdragingen als bedoeld in artikel 15 van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel