**1.** Alle begrippen, die in deze verordening worden gebruikt en die niet
nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de
Gemeentewet.
**2.** In deze verordening wordt verstaan onder:
a. wet: de Wet werk en bijstand
b. toeslag: de toeslag genoemd in artikel 25, lid 2 van de wet
c. bijstandsnorm: de op grond van paragraaf 3.2 van de wet op de
belanghebbende van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd
met de op grond van paragraaf 3.3. van de wet, door het college
vastgestelde verhoging of verlaging;
d. norm: de normen als bedoeld in artikel 20 en 21 van de wet;
e. woonkosten:
1. Indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende
huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de
huurtoeslag;
2. Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per
maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in
verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen
zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag
voor onderhoud;
**3.** Deze verordening is van toepassing op belanghebbenden van 21 jaar of
ouder, maar jonger dan 65 jaar, die niet in een inrichting
verblijven.
**4.** In geval van een gezin gelden de bepalingen van deze verordening
uitsluitend indien alle gezinsleden jonger dan 65 jaar zijn, en
tenminste twee gezinsleden 21 jaar of ouder.
**5.** Voor de toepassing van deze verordening wordt een meerderjarig kind,
dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 4 lid 2 van de wet niet
als "een ander" aangemerkt.
**6.** Voor de toepassing van deze verordening wordt een gezin beschouwd
als "één ander".