**1.** Aan een uitkeringsgerechtigde die op grond van artikel 9a van de wet
of artikel 38 van de IOAW of de IOAZ is vrijgesteld van de
arbeidsverplichting wordt door het college een scholingsaanbod
gedaan dat leidt tot het behalen van een startkwalificatie of een
opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert.
**2.** Voor een uitkeringsgerechtigde, die onbeloonde additionele
werkzaamheden verricht, als bedoeld in artikel 10a van de wet,
artikel 38 a van de IOAW of de IOAZ en artikel 13 van deze
verordening en die niet beschikt over een startkwalificatie, wordt
binnen 6 maanden na aanvang van de onbeloonde additionele
werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of
opleiding kan bijdragen aan de vergroting van de kans op
arbeidsinschakeling.
**3.** Het college betrekt in de beoordeling:
a. indien van toepassing: het oordeel van degene in wiens opdracht
de belanghebbende de additionele werkzaamheden uitvoert;
b. de scholingswens van de belanghebbende;
c. de eventuele test door het scholingsinstituut.