Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 11

Artikel 11.4

Jaarrekening

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zuid-Limburg

1.. Van de inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam wordt door het Dagelijks Bestuur over elk dienstjaar verantwoording afgelegd aan het Algemeen Bestuur, onder overlegging van de conceptjaarrekening met daarbij behorende bescheiden. In het gegeven geval is een voorstel resultaatbestemmend onderdeel van de jaarrekening. Het Dagelijks Bestuur voegt een verslag van bevindingen van de accountant(s) overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet bij. Na de eigen oordeelsvorming zendt het Dagelijks Bestuur de concept jaarrekening jaarlijks vóór 1 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.. De concept jaarrekening wordt door de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 197, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen voor 1 juni bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de concept jaarrekening naar voren brengen. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de stukken, zoals deze aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling worden aangeboden. Voor 1 juli wordt de jaarrekening vastgesteld. 4.. Eén of meerdere leden van de Veiligheidsdirectie zijn op afroep beschikbaar ten behoeve van de gemeenteraad om een toelichting te geven op de jaarstukken met de daarin opgenomen rapportage van (financiële) prestaties en kwaliteitsniveau 5.. Het Algemeen Bestuur stelt voor 1 juli de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 6.. Het Dagelijks Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan de raden van de deelnemende gemeenten, aan het regionaal college en aan Gedeputeerde Staten. 7.. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast de vaststelling van de jaarrekening de leden van het Dagelijks Bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer. 8.. In de jaarrekening wordt – overeenkomstig de in de desbetreffende begroting opgenomen verdeelsleutel – het door elk van de onderscheidenlijke rechtspersonen over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 9.. De gemeenten waarborgen, naar rato van het aantal inwoners ten behoeve van de geldschieter, de betaling van rente en aflossing en kosten van geldleningen en van in rekening-courant op te nemen gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel