**1..** De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
op of aan dat bouwwerk voorwerpen, vanwege en overeenkomstig de
aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd
of verwijderd.
**2..** Het college maakt tevoren aan de rechthebbende als bedoeld in
het eerste lid zijn besluit over te gaan tot het doen aanbrengen
of wijzigen van een voorwerp, bord of voorziening, als bedoeld
in het eerste lid, bekend.
**3..** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Waterstaatswet
1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht
van toepassing is.
Hoofdstuk 2. › Afdeling 6.
Artikel 2:14.
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening voor Delft